30/01/2026
Afscheidsspeech van ons raadslid Lut Cateau (29 januari 2026).
25 jaar geleden werd ik verkozen als gemeenteraadslid van het Vlaams Belang, toen nog Vlaams Blok. Samen met mijn toenmalige fractiegenoot Maurice Dinnewet deden we onze intrede in deze raadszaal. Ik was niet echt een groentje, vermits ik toen al 9 jaar provincieraadslid was. Maar toch, gemeentepolitiek was nieuw voor mij.
Het ging er soms bitsig aan toe en vooral “ik” was vaak de kop van jut. Of kan je het normaal noemen als een burgemeester je in volle raadszaal toeroept dat hij je beu is?
Op een gegeven moment vroeg de fractievoorzitter van een andere oppositiepartij aan de meerderheid om te stoppen met het gebrek aan respect voor mij.
Het moet gezegd, daarna begon het te beteren en ging het er een stuk beleefder aan toe.
Al konden ze mijn bloed wel drinken toen ik ongewild hun voetbalavond verstoorde.
En ik verklaar mij nader,
ik zat nog niet zo lang in de gemeenteraad en vond het vreemd dat men als er iemand moest verkozen worden voor de raad van bestuur of algemene vergadering van één of andere intercommunale, de meerderheid haar kandidaat mondeling voorstelde en de raadsleden door handopsteking ja, neen of onthouding moesten stemmen.
In de provincieraad gebeurde dit schriftelijk en kon men ook voor andere kandidaten stemmen.
Bij het eerste agendapunt van de ongeveer 20 stemmingen, stelde ik dus mijn collega voor. De secretaris keek me aan en vroeg of ik dit voor alle stemmingen zou doen.
Toen ik dit bevestigde, verschoten vooral de mannen in de raad van kleur. De gemeenteraad moest geschorst worden om de nodige papieren af te drukken.
Er werden verschillende telefoontjes naar het thuisfront gedaan met de vraag de voetbalwedstrijd op te nemen omdat ze jammer genoeg niet vroeg thuis zouden zijn. Blijkbaar speelde de belgische nationale ploeg. Terwijl keek men mij woedend aan, als blikken hadden kunnen doden, was ik er nu niet meer. Toen de gemeenteraad na een lange schorsing weer zou beginnen, was één van de schepenen spoorloos en moest gezocht worden.
Hij werd gevonden ergens in een lokaaltje waar nog een oud televisietoestelletje stond en was daar doodleuk de wedstrijd aan het volgen. Hij kreeg een vermaning van de burgemeester, gevolgd door de vraag wat de stand was.
Van toen af aan, werden de stembiljetten uiteraard afgedrukt.
De jaren verstreken en ook al werden mijn voorstellen meestal afgekeurd, nadien werden ze vaak stiekem, in alle stilte, uitgevoerd. Enkele voorbeeldjes, mijn voorstel om paaltjes te plaatsen om bepaalde woningen te beschermen tegen schampende auto's en vrachtwagens en die volgens de meerderheid, niet nodig waren. Enkele weken later stonden ze er hokus, pokus, ineens wel.
Toen ik automatisch opende deuren voor de BIB vroeg, werd dit weggehoond door een toenmalige schepen. Hij zei smalend dat men dan ook ineens een rolband vanaf de straat kon voorzien waar men de rolstoelen kon opzetten. Enkel jaren later en met een vernieuwde meerderheid, kwam er toch een automatische deur voor rolstoelgebruikers. Blijkbaar was mijn voorstel toen visionair.
Toen ik in de gemeenteraad opmerkte dat ik de brug en de site aan de watermolen niet veilig vond voor kinderen en vroeg om daar iets aan te doen en onder meer ook een waarschuwingsbord te plaatsen voor de kanovaarders dat ze een watermolen naderden en een soort afscheiding of koord aan te brengen, zodat ze niet dichter bij de watermolen zouden varen, werd dit weggelachen. Twee jaar nadien, bij de restauratie van de brug, zorgde de overheid ervoor dat het een stuk veiliger werd en werd er een waarschuwingsbord en een koord gespannen voor de kanovaarders. Ook weer een visionair voorstel dus. Maar gelukkig werden de laatste jaren niet al mijn voorstellen weggehoond, zolang ik maar niet om een stemming vroeg.
Toen ik mij zorgen maakte over het feit dat men van plan was een nieuw logo te gebruiken op officiële papieren en niet meer het oude wapenschild, kreeg ik in wijlen Herman Wouters, toen even in de oppositie, een medestander. Ook hij droeg het wapenschild in zijn hart. Aan mijn vraag om zelfklevers met het wapenschild en een vlag met ons wapenschild te laten maken, werd positief gevolg gegeven. Misschien wel mee door zijn steun. Bij deze nog eens postuum bedankt, Herman.
Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om een dankwoordje te richten naar de huidige meerderheid en vooral naar Marianne toe voor de hand die jullie naar de oppositie uitstaken om samen te werken. Samenwerken is uiteraard veel beter dan tegenwerken. We willen uiteraard allemaal het beste voor onze gemeente.
Mijn vragen, opmerkingen of voorstellen vielen niet altijd in goede aarde, maar er zijn toch verschillende waar wel een positieve respons op kwam. Zo wil ik jullie nog eens expliciet danken voor het feit dat jullie mijn voorstel, dat ik ook al in de vorige legislatuur deed, om bij bepaalde straatnamen bordjes met historische uitleg te plaatsen, deze legislatuur mee in het beleidsplan opnamen. Ook wil ik het gemeentepersoneel danken voor de correcte en vriendelijke houding naar mij toe.
Mijn welgemeende dank gaat ook uit naar Daan, onze algemene directeur op wiens hulp ik altijd kon rekenen.
Ik heb vriendschappen gesloten over de partijgrenzen heen en daar ben ik uiteraard heel dankbaar voor en zelfs zonder dat ik politica ben, zullen die vriendschappen blijven bestaan.
Dit is dus mijn laatste gemeenteraad. Ik heb het volste vertrouwen in mijn opvolgster Heidi en wens haar veel succes toe.
Ik wil afscheid nemen met een citaat van Toon Hermans. Een citaat dat hier op het einde van de vorige legislatuur ook al werd gebruikt door een afscheid nemende schepen. Maar het blijft een mooi citaat, hoe vaak het ook wordt gebruikt.
“Er is een tijd van komen en gaan en de tijd van gaan is nu gekomen.”
Ik dank u voor uw aandacht.