10/08/2026
De kruidentuin en kattenkruid.
Hoe gebruikten de middeleeuwse monniken het. AI heeft het opgezocht en hopen dat deze het goed heeft gedaan.
Kattenkruid.
In de middeleeuwen kweekten monniken kattenkruid (Nepeta cataria, destijds vaak nep of cat-wort genoemd) hoofdzakelijk als krachtig geneeskruid in hun kloostertuinen. Waar kattenkruid tegenwoordig vooral bekendstaat om het dolcomische effect op katten, waardeerden middeleeuwse monniken de plant juist om zijn kalmerende, pijnstillende en koortsverlagende werking op de méns
De belangrijkste toepassingen door middeleeuwse monniken waren:
Medisch gebruik (De Kloosterapotheek)
Monniken waren de artsen en apothekers van hun tijd. Ze verwerkten kattenkruid tot medicinale thee, aftreksels (infusies), sappen en kompressen voor de volgende kwalenKoorts en verkoudheid: Kattenkruid heeft een zweetdrijvende werking. Monniken zetten hete thee van de bladeren om zieken te laten zweten, waardoor milde koorts en kou uit het lichaam verdreven werden.]
• Spijsverteringsproblemen: Het kruid werkt krampstillend (antispasmodisch). Het werd ingezet om maagpijn, darmkrampen, winderigheid en misselijkheid te verzachten.]
• Rustgevend middel: Bij slapeloosheid, nervositeit en angstgevoelens gaven de monniken patiënten 's avonds een beker kattenkruidthee om de geest te kalmeren.
• Pijnbestrijding: Kompressen van de bladeren werden op de huid aangebracht om ontstekingen, gewrichtspijn (reuma) en spierpijn te verlichten.]
Culinair gebruik en dranken
Kattenkruid heeft een lichte muntsmaak met een vleugje citroen.
• Smaakmaker: Monniken gebruikten de bladeren als groente of keukenkruid in soepen, sauzen en salades.
• Wijn en bier: De bladeren werden soms rechtstreeks aan middeleeuwse wijnen en bieren toegevoegd om extra aroma en medicinale kracht aan de drank mee te geven.
• Insectenwering en imkerij
• Muggen- en ongediertebestrijding: Monniken ontdekten al vroeg dat insecten een sterke afkeer hebben van de geur van kattenkruid. De plant werd in en rond de kloostergebouwen gebruikt om muggen en vliegen op afstand te houden.
• Bijen: Kattenkruid produceert veel nectar. Monniken plantten het bewust dicht bij hun bijenkorven om de bijen (die belangrijk waren voor de productie van waskaarsen en honing) aan te trekken.
Bestrijding van muizen (via de kloosterkat)
Hoewel de monniken het kruid primair voor menselijke geneeskunde kweekten, waren ze zich bewust van de aantrekkingskracht op katten. Omdat kloosters enorme bibliotheken met waardevolle perkamenten manuscripten bezaten, hielden monniken katten om muizen en ratten te verjagen. Kattenkruid hielp indirect om de katten rond het kloostererf te houden.