08/01/2024
Kamer taal 15-01-2004
Wij hadden wel de indruk dat voor bepaalde etnische minderheden, zoals werklozen van Turkse en Marokkaanse afkomst, speciale activiteiten zijn ontwikkeld. Die activiteiten waren er ook voor jongeren, maar dan op een wat grotere schaal. Er was zeker enige huivering bij het ministerie om de arbeidsbureaus te dwingen in te zoomen op bepaalde groeperingen die nogal bewerkelijk waren.
Ik heb het woord "allochtonen" tot nu toe vermeden. Ik vind dat een van de meest misbruikte woorden, met een zeer gevaarlijke connotatie daarbij, die wij op het ogenblik in de pers tegenkomen. Waar wij in het integratiebeleid namelijk eigenlijk over spreken, zijn niet de westerse allochtonen. De instroom is wat westerse allochtonen betreft nog altijd groter dan wat niet-westerse allochtonen betreft. In het jaar 2002 zijn er meer westerse mensen Nederland binnengekomen dan niet-westerse mensen. Het woord "niet-westerse" mensen is overigens statistisch wel interessant, maar beleidsmatig bepaald niet. Minister Dijkstal behoort tot de niet-westerse allochtonen, evenals de echtgenote van de kroonprins. Hun kind zal in Wassenaar - dat zal nog een probleem worden - ook als niet-westerse allochtoon te boek staan.
Wij praten in feite over enkele specifieke groepen. Wij hadden aan het begin van het minderhedenbeleid een mooi schema met daarop allerlei doelgroepen en dergelijke. In feite gaat het nu alleen nog maar over groeperingen, vooral de eerste generatie, van Turkse en Marokkaanse afkomst en vluchtelingen. Dat is een groep waar echt nog aandacht aan geschonken moet worden. Als het gaat om Surinamers wordt in de laatste rapportage gezegd dat hun situatie grosso modo gelijk is aan die van de autochtone Nederlanders. Verder zijn er binnen deze groeperingen enkele kernproblemen die wij moeten aanpakken. Ik heb het dan met name over jongeren en autochtonen in relatie tot scholen, de beruchte zwarte scholen en de witte vlucht. Er is overigens ook een zwarte vlucht van well to do-mensen van etnische herkomst die hun kinderen ook van die scholen af halen en naar elders verplaatsen. Verder is niet elk akkefietje dat iemand van vreemde herkomst overkomt, object van integratiebeleid. Integratiebeleid heeft te maken met de migratiegeschiedenis en de culturele identiteit, maar een verkeersongeluk van een Turkse jongen is moeilijk in relatie te brengen met het integratiebeleid. Dat was ook voor het ministerie van Sociale Zaken reden om te zeggen: wij moeten die groep niet te snel apart gaan zetten. Ze zijn werkloos en zo moeten ze dan ook worden benaderd. Ik zeg daar wel bij dat je ze op een eigen manier zult moeten aanspreken, want anders slaagt de communicatie niet.
Mevrouw Adelmund: Hoe verliep het overleg tussen u en Sociale Zaken op zo'n punt? Op het moment dat werkloosheid etnisch gekleurd werd, ging u daar waarschijnlijk over overleggen. Kreeg u dan alleen als antwoord vanuit Sociale Zaken dat werklozen werklozen zijn of kwam u daar verder als het ging om de coördinatie van het minderhedenbeleid?
De heer Koolen: Ik kan hier niet echt uit ervaring spreken, want ik heb de portefeuille arbeidsmarkt nooit direct behartigd. Dit punt is natuurlijk wel in discussie geweest en heeft altijd geleid tot teksten in bijvoorbeeld rapportages of jaaroverzichten. U heeft zo'n 20 rapportages per jaar gekregen. Uiteindelijk is het hun beleid. Zij zijn ervoor verantwoordelijk. In de teksten werd een wat mindere inzet of een meningsverschil weggeschreven door een aantal initiatieven te noemen van meestal kleinere aard die het vermelden waard waren, zonder dat je wezenlijk kwam tot een discussie. Ik heb niet de indruk dat die discussie echt ten gronde is doorgesproken met dat ministerie. U moet zich ook voorstellen dat vanuit de directie coördinatie minderheden gesproken werd met ankerpunten in de ministeries. Die ankerpunten hadden zelf ook weer allerlei toestanden te bespreken met de mensen die het eigenlijk tot hun portefeuille moesten rekenen. Het was dus bedelen in het kwadraat.
Kamerstuk Datum publicatie Organisatie Vergaderjaar Dossier- en ondernummer 15-01-2004 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2003-2004 28689 nr. 10