24/05/2026
Mijn collega en ik zijn in het centrum aan het surveilleren als we een melding binnen krijgen van een reanimatie.
Met toeters en bellen rijden we naar het genoemde adres en zijn er als eerste. In de woonkamer ligt man op de grond. Een andere man, zijn zwager, is al begonnen om hem te reanimeren.
Dan is de ambulance er. Terwijl wij doorgaan met reanimeren sluiten de ambulancemedewerkers een infuus aan en een zuurstofpomp.
Zodra zij de reanimatie van ons hebben overgenomen gaan wij in gesprek met de vrouw van het slachtoffer. Ze is vreselijk in paniek, wat begrijpelijk is. Maar ze spreekt geen Nederlands, wat het lastig maakt om haar te kalmeren of uit te leggen wat er aan de hand is. Er zijn drie jonge kinderen in de kamer en mijn collega neemt ze mee naar boven.
Een halfuur later stopt het ambulancepersoneel de reanimatie. Helaas, de man is echt overleden. De vrouw reageert hysterisch. Ze begint te gillen en schreeuwen, ze is compleet overstuur. Niemand van ons kan met haar in contact komen. Gelukkig is haar zwager er, waar ze wel enigszins op reageert. Via de tolkentelefoon leggen we haar uiteindelijk uit wat er precies met haar man is gebeurd. Ze kan niet bevatten dat hij is overleden.
Ik besluit om nog even bij de kinderen te kijken. Zij spreken allemaal prima Nederlands en ik vraag hen of zij weten wat er gebeurd is. Dit weten ze eigenlijk niet zo goed, ze weten alleen dat papa gevallen is.
Nu moet ik. Ik moet hen vertellen dat ze geen papa meer hebben. Hoe leg je dat uit? Ik zeg dat hun vader dood is gegaan. Een jongentje van een jaar of acht zegt dat hij wel weet hoe dat komt. ‘Het is onze schuld. Wij hebben gisteren erge ruzie gemaakt, daardoor is hij nu dood’.
Mijn hart breekt als ik dit hoor. Ik vraag de drie kinderen wat dichterbij te komen en leg hen zo goed mogelijk uit wat er is gebeurd. Hun vader had een propje in zijn longen, waardoor hij niet meer kon ademen. Dit heeft niets te maken met ruzie, of iets anders. Ik vertel de kinderen dat dit ook was gebeurd als er geen ruzie was geweest. En dat dit écht niet hun schuld is.
Ik laat de kinderen even razen, ze vertellen honderduit over van alles en nog wat. Dan vraag ik of ze het allemaal een beetje begrijpen. Ze zeggen van wel. Hoe kun je dit als kind bevatten?
Ik zeg nogmaals dat dit echt niet hun schuld is. Meer kan ik op dit moment niet doen. Ik wens ze sterkte en krijg van alle drie een knuffel.
Dan gaan mijn collega en ik weg. We trekken de deur achter ons dicht en kijken elkaar aan. We hoeven niks te zeggen, we voelen allebei hetzelfde. Wat een zwaar werk hebben we soms.
Repost politie Nederland