17/08/2026
Strikte scheiding tussen geloof en staat
L99 staat voor een strikt seculiere en levensbeschouwelijk neutrale staat.
De overheid behoort toe aan alle burgers, gelovig én niet-gelovig. Daarom moet de staat zelf volledig neutraal zijn tegenover religie en levensbeschouwing. De persoonlijke overtuiging van een burger mag geen invloed hebben op de manier waarop de overheid haar taken uitvoert.
Voor L99 betekent een echte scheiding van kerk en staat dan ook meer dan alleen een juridische scheiding. De overheid en haar vertegenwoordigers moeten ook **zichtbaar neutraal** zijn.
Daarom willen wij dat in alle openbare functies, waarbij iemand de overheid vertegenwoordigt of gezag uitoefent, **geen religieuze symbolen of religieus kenmerkende kledij zichtbaar worden gedragen tijdens de uitoefening van die functie**.
Dit geldt voor alle religies en levensbeschouwingen zonder onderscheid. Het gaat dus niet om één specifieke godsdienst, maar om één algemeen principe: **de staat heeft geen religie.**
Een ambtenaar, politieagent, rechter, leerkracht in het officieel onderwijs of andere vertegenwoordiger van de overheid moet voor iedere burger dezelfde overheid vertegenwoordigen, ongeacht diens geloof, afkomst of overtuiging. Daarom mag zijn of haar uiterlijk tijdens de uitoefening van het openbare ambt geen religieuze voorkeur of verbondenheid uitstralen.
Tegelijkertijd blijft de persoonlijke vrijheid van burgers volledig gewaarborgd. Iedereen blijft vrij om buiten de uitoefening van een openbaar ambt zijn of haar geloof te beleven, religieuze kledij te dragen, een religieus symbool te gebruiken of juist helemaal niet te geloven.
L99 wil daarom:
* een strikt seculiere staat waarin overheid en religieuze instellingen duidelijk van elkaar gescheiden zijn;
* volledige levensbeschouwelijke neutraliteit van de overheid;
* geen religieuze symbolen of religieus kenmerkende kledij voor personen die tijdens hun functie de overheid vertegenwoordigen;
* dezelfde regels voor alle religies en levensbeschouwingen, zonder uitzonderingen of voorkeursbehandeling;
* een neutrale uitstraling van openbare diensten en openbare functies;
* geen gebruik van de staatsmacht of publieke middelen om een religie of levensbeschouwing te promoten;
* respect voor de individuele vrijheid van iedere burger om gelovig, andersgelovig of niet-gelovig te zijn.
Onze boodschap is duidelijk:
vrijheid van godsdienst betekent ook vrijheid om niet te geloven. De staat moet daarom van iedereen zijn, maar zelf van geen enkele religie.