08/06/2026
Naar aanleiding van onze eerste Charterlezing publiceerde Doorbraak onze oproep voor een actualisatie van het Charter:
Wie vandaag over Kortenberg spreekt, heeft het al snel over een gemeente dichtbij Brussel. Over verfransing. Over anderstaligheid.
Wie in de Vlaamse Rand woont, weet dat het geen verzinsel is. Taalverschuiving begint zelden met grote verklaringen. Ze begint aan het loket, op de speelplaats, in de winkel, aan de bushalte, in het café. Ze begint wanneer Nederlands spreken niet langer vanzelfsprekend is, maar iets waarvoor men zich bijna moet verontschuldigen.
Maar wie denkt dat dit alleen een probleem van de Rand is, vergist zich. Wat zich daar sneller en zichtbaarder afspeelt, raakt uiteindelijk heel Vlaanderen. De vraag is niet alleen welke taal er vandaag wordt gesproken. De vraag is of Vlaanderen nog weet welk verhaal het zelf te vertellen heeft.
Kortenberg is niet zomaar een gemeente in de schaduw van Brussel. Het is ook de plaats waar in 1312 een van de opmerkelijkste politieke documenten uit de geschiedenis werd ondertekend: het Charter van Kortenberg. Dat Charter verdient meer dan een korte vermelding. Het is geen curiosum voor heemkundigen. Het is een tekst die ons vandaag nog altijd iets te zeggen heeft.
In de Abdij van Kortenberg verbond de hertog van Brabant zich ertoe zijn macht niet willekeurig uit te oefenen. Hij moest rekening houden met het algemeen welzijn van “rijke ende arme”. Hij werd gecontroleerd door een raad waarin niet alleen edelen zetelden, maar ook vertegenwoordigers van de steden. Die Raad van Kortenberg kwam om de drie weken samen, precies daar, in de abdij.
Voor ons klinkt dat vanzelfsprekend. Natuurlijk moet bestuur gecontroleerd worden. In 1312 was dat geen evidentie. Macht was persoonlijk, feodaal en vaak willekeurig. De vorst regeerde, de onderdanen gehoorzaamden. Het Charter van Kortenberg doorbrak die logica. De kern was eenvoudig en radicaal: macht is niet absoluut. Wie bestuurt, staat niet boven de gemeenschap.
Net daarom is het Charter vandaag ongemakkelijk actueel.
Wij spreken over democratie, maar steeds minder over de voorwaarden die democratie mogelijk maken. We spreken over rechten, maar minder over plichten. We spreken over diversiteit, maar ontwijken de vraag wat een gemeenschap nog samenhoudt. We spreken over inclusie, maar vergeten dat samenleven meer vraagt dan naast elkaar bestaan. We spreken over burgerschap, maar maken het begrip zo zacht dat het nauwelijks nog iets betekent.
Een democratie is geen optelsom van individuen die toevallig op hetzelfde grondgebied wonen. Een democratie heeft een gedeelde taal nodig. Een gedeeld historisch bewustzijn. Een minimum aan culturele herkenbaarheid. Een besef dat vrijheid niet los verkrijgbaar is van verantwoordelijkheid.
Het Charter ging niet over vrijblijvende rechten zonder gemeenschap. Het ging over algemeen welzijn. Over bestuur dat zich moest verantwoorden tegenover een gemeenschap. Over burgers en steden die hun plaats opeisten binnen een herkenbaar verband van rechten, plichten en wederkerigheid.
Net dat besef zijn we vandaag kwijt aan het raken.
In de Vlaamse Rand wordt dat verlies bijzonder concreet. Verfransing en verbrusseling zijn geen spoken uit een Vlaams-nationalistische verbeelding. Niet altijd spectaculair, niet altijd meetbaar, maar wel voelbaar. In scholen die meer energie moeten steken in communicatie. In verenigingen die moeilijker mensen bereiken. In inwoners die zich afvragen waarom zij in hun gemeente moeten overschakelen op Frans of Engels.
Wie dat benoemt, krijgt al snel het verwijt dat hij gesloten of zuur is. Maar dat verwijt is te gemakkelijk. Een gemeenschap die vraagt dat haar taal wordt gerespecteerd, sluit niemand uit. Ze neemt zichzelf serieus. En ze neemt nieuwkomers ernstig genoeg om hen uit te nodigen deel te worden van die gemeenschap.
Zonder gedeelde taal krijg je geen gemeenschap, maar parallelle leefwerelden. Dan wonen mensen niet meer met elkaar, maar naast elkaar. Dat is geen culturele verrijking. Dat is culturele ontbinding.
En daar ligt de band met het Charter. Een gemeenschap kan niet bestaan zonder gedeelde verstaanbaarheid. Mensen moeten elkaar kunnen aanspreken, begrijpen, tegenspreken en ter verantwoording roepen. Een samenleving waarin niemand nog weet welke taal, welke geschiedenis en welke normen men deelt, houdt op een gemeenschap te zijn.
Ook daarom is de Canon van Vlaanderen belangrijker dan velen willen toegeven. De Canon is geen poging om kinderen een politieke mening op te dringen. Het is een poging om opnieuw een gemeenschappelijke basis te leggen. Om jongeren te tonen dat Vlaanderen niet uit de lucht is komen vallen. Dat onze vrijheden, instellingen en democratische reflexen een geschiedenis hebben.
Iedereen kent de Magna Carta. Hoeveel Vlamingen kennen het Charter van Kortenberg? Hoeveel leerlingen weten dat de westerse democratie wortels heeft in Kortenberg?
Wie zijn eigen geschiedenis niet kent, laat anderen bepalen wat zijn identiteit nog waard is. Dan wordt Vlaamse geschiedenis snel folklore. Vlaamse taalzorg bekrompenheid. Vlaamse gemeenschapsvorming uitsluiting. Vlaamse assertiviteit onverdraagzaamheid.
En zo ontstaat een vreemde toestand. We verwachten dat nieuwkomers integreren, maar durven steeds minder duidelijk zeggen waarin. We vragen dat mensen deel worden van onze samenleving, maar relativeren tegelijk de taal, geschiedenis en waarden die die samenleving dragen. Wie nieuwkomers wil verwelkomen, moet een huis hebben om hen in te ontvangen.
De vraag is niet alleen wat het Charter in 1312 betekende. De vraag is wat wij er vandaag mee doen.
Laat ons daarom een nieuw Charter maken.
Geen middeleeuws charter, maar een Charter voor de toekomst. Een publieke verklaring waarin we samen uitspreken wat de Vlaamse gemeenschap moet blijven en worden.
Een charter waarin we zeggen dat Nederlands onze gedeelde taal is. Niet om andere talen te verbieden aan de keukentafel, maar omdat een gemeenschap een gemeenschappelijke taal nodig heeft.
Een charter waarin we zeggen dat nieuwkomers welkom zijn, maar dat welkom altijd samengaat met de verwachting om deel te worden van de gemeenschap.
Een charter waarin we zeggen dat vrijheid niet kan bestaan zonder verantwoordelijkheid. Dat democratie meer is dan rechten opeisen. Dat burgerschap ook betekent dat men bijdraagt.
Een charter waarin we onze geschiedenis opnieuw doorgeven. Omdat nieuwkomers moeten weten waar ze terechtkomen. Omdat een gemeenschap zonder geheugen uiteindelijk niet meer weet wat ze moet verdedigen.
Zo’n Charter zou geen nostalgische oefening zijn. Het zou een toekomstverklaring zijn. Een uitnodiging aan iedereen die hier woont om mee te bouwen aan een Vlaanderen dat open is, maar niet leeg. Gastvrij, maar niet richtingloos. Vlaams, democratisch en zelfbewust.
In 1312 kreeg Kortenberg een Charter dat de macht begrensde.
In 2026 kan Kortenberg het vertrekpunt voor een nieuw charter zijn.
Voor het Nederlands als gedeelde taal. Voor burgerschap met rechten én plichten. Voor vrijheid met verantwoordelijkheid. Voor een Vlaanderen dat zichzelf niet laat uitwissen.
Zeven eeuwen geleden werd in Kortenberg vastgelegd dat macht niet boven de gemeenschap staat.
Vandaag is het aan ons om vast te leggen dat een gemeenschap niet zonder taal, geschiedenis en gedeelde waarden kan.
‘We verwachten dat nieuwkomers integreren, maar durven steeds minder duidelijk zeggen waarin.’