11/08/2026
Vlaams Belang Ronse wenst te repliceren op de artikelen verschenen over de toepassing van de faciliteiten en de verschillen op dit vlak tussen Vlaanderen en Wallonië naar aanleiding van een thesis van een Ronsese schepen, met maximaal aandacht in de media.
De masterproef van schepen David Vandekerkhove is nuttig en degelijk werk, maar de politieke conclusie is allesbehalve nieuw. We weten al langer dat de faciliteiten in Vlaanderen doorgaans strikt worden toegepast, terwijl Waalse faciliteitengemeenten hun Nederlandstalige inwoners vaak in de kou laten staan. Dit kon ik aan den lijve ondervinden toen ik onlangs aanwezig was tijdens een zitting van de gemeenteraad van Vloesberg (een Nederlandstalig gemeenteraadslid werd tijdens deze raad zelfs verplicht ontslag te nemen). In Ronse moest de correcte toepassing van de taalwetgeving zelfs via de rechtbank worden afgedwongen in 2025.
De meerwaarde van deze studie is dat zij die jarenlange scheeftrekking nu systematisch en wetenschappelijk documenteert voor zes taalgrensgemeenten. Daarmee levert de schepen bijkomend bewijsmateriaal voor wat Vlaams Belang al jaren aanklaagt en waarover Barbara Pas ook in de Kamer herhaaldelijk vragen heeft gesteld.
Voor Vlaams Belang is het uiteindelijke standpunt duidelijk: de taalfaciliteiten waren bedoeld als een tijdelijke overgangsmaatregel om taalminderheden te laten integreren in het taalgebied waarin zij wonen. Ze waren nooit bedoeld als een eeuwigdurend collectief taalrecht. Meer dan zestig jaar later zijn ze niet alleen permanent geworden, maar worden ze bovendien totaal asymmetrisch toegepast.
De voorbeelden zijn bekend. In Vlaanderen worden faciliteiten nauwgezet toegepast en desnoods juridisch afgedwongen. In Waalse taalgrensgemeenten wordt het Nederlands daarentegen geregeld genegeerd, zonder dat daar ernstige gevolgen of sancties aan verbonden zijn. Ook de problemen rond Nederlandstalig onderwijs in Komen tonen aan dat de federale taalwetgeving aan Waalse kant onvoldoende wordt nageleefd, in tegenstelling tot Franstalig onderwijs te Ronse.
Wij pleiten daarom voor de afschaffing van de faciliteiten en onze partij heeft daartoe ook wetsvoorstellen ingediend(1). Zolang daarvoor geen meerderheid bestaat, moet de federale regering er minstens voor zorgen dat de bestaande wetgeving aan beide zijden van de taalgrens op dezelfde manier wordt toegepast en gehandhaafd.
Daar ligt nu de politieke verantwoordelijkheid van de N-VA. Zij is de leidende partij van de federale regering en levert met Bart De Wever* de eerste minister. Een oproep van een lokale N-VA-schepen aan “de federale regering” volstaat dan ook niet. Hij moet in de eerste plaats zijn eigen partij oproepen om daadwerkelijk op te treden.
Wij waarderen dus dat schepen Vandekerkhove het probleem en de analyse wetenschappelijk heeft onderbouwd. Maar nu moet zijn partij bewijzen dat zijn masterproef meer is dan een interessante academische vaststelling. Ofwel zorgt de federale regering voor effectieve controle, handhaving en sancties in de Waalse faciliteitengemeenten, ofwel maakt ze werk van de afschaffing van het disfunctionele faciliteitensysteem. Alles daartussen laat de bestaande discriminatie van Nederlandstaligen gewoon voortbestaan. Voor een Vlaams-nationalistische partij zou dat een blamage en een smet op het blazoen zijn!
Joost Hysselinckx, bestuur VB Ronse.
(1)
05 Vraag van Barbara Pas aan Bart De Wever (eerste minister) over "De oproep van de stad Ronse aan de federale regering over het faciliteitenstatuut" (56007969C)
05.01 Barbara Pas (VB): Mijnheer de premier, het is ondertussen een half jaar geleden dat de stad Ronse werd veroordeeld omdat ze de taalfaciliteiten niet integraal toepaste. De stad heeft ondertussen beslist om tegen dat arrest in beroep te gaan, maar tegelijkertijd rees vanuit de stad Ronse scherpe kritiek op de passiviteit van de federale regering in die zaak.
Ik citeer de cd&v-burgemeester: "Vandaag zitten N-VA, cd&v en Vooruit in de Vlaamse en Belgische meerderheid, maar ze ondernemen niets tegen faciliteiten die totaal achterhaald zijn. Brussel moet zijn verantwoordelijkheid nemen."
* “Tegelijk laat u toe dat er met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt. Dan rest er maar één andere oplossing. U moet afdwingen dat de faciliteiten in de Waalse faciliteitengemeenten even integraal worden toegepast als in Vlaanderen. U kunt als premier toch niet toestaan dat er sprake is van een ongelijke behandeling in een gelijke situatie? Het is het ene of het andere”.