21/05/2026
Zóveel pijn dat ze ervan moest overgeven. Maar telkens kreeg ze te horen: “Het hoort erbij.” Pas na 22 jaar kreeg Kim de diagnose endometriose. Ondertussen bouwde ze wél een carrière op bij de politie.
‘Soms deed het zo gruwelijk zeer dat ik naar adem moest happen. Dat ik ervan moest overgeven. Het begon toen ik tien jaar oud was. Ik had altijd buikpijn. Vaak kon ik dan niet naar school. Het werd nog erger toen ik ongesteld werd. Ik ging naar de huisarts en die zei: het hoort erbij. En hij gaf me de pil.
Ik wist al heel jong dat ik bij de politie wilde, net als mijn moeder. Ik wilde mensen helpen en boeven vangen. Op mijn zeventiende solliciteerde ik. Ik zat midden in de selectieprocedure toen ik een kijkoperatie kreeg.
Ik vergeet nooit meer de bezorgde blik van mijn ouders toen ik daarna wakker werd. De arts zei: “We hebben een gezwel gevonden in je buik.” Ze wisten niet waar het door kwam en hadden zonder overleg een deel van mijn baarmoeder en een eileider weggehaald. Ik kreeg te horen: als je kinderen wil, moet je niet te lang wachten.
Ik wilde altijd wel graag kinderen, maar in mijn hoofd zat op dat moment maar één ding: ik word politieagent. De rest komt later wel.
Daarvoor moest ik eerst heel veel sporten om weer fit te worden. Daarna ben ik de opleiding ingegaan. Het was zwaar. Fysieke testen, lange dagen en regelmatig pijn. Maar opgeven? Geen optie. Ik heb mezelf erdoorheen geduwd. Tanden op elkaar en doorgaan.
Daarna had ik de leukste baan van de wereld, bij de politie in Rotterdam. Op straat werken vond ik geweldig. De dynamiek, de meldingen, het werken in een team. Ondertussen probeerde ik zwanger te worden. Ik moest hiervoor naar het ziekenhuis, hormonen sp***en, het hele pakket.
Soms stopten we tijdens het werk ergens langs de weg. Koppel af, broek open en hormonen sp***en. Daarna weer in de auto en door naar de volgende melding.
Het lukte niet, ik werd niet zwanger. Na zes jaar proberen was het klaar. En mijn lichaam werd steeds zieker. Ik kon van de pijn niet meer fietsen of hardlopen, niet meer uit met vriendinnen. Ik kan wel tegen een st***je, ben geen jankerd, dit is niet normaal dacht ik.
Ik ben zelf maar gaan googelen. En toen vond ik iets waarvan ik dacht: dit heb ik. Ik ben met mijn hele dossier naar een arts gegaan die gespecialiseerd was in de ziekte endometriose.
Die arts keek naar één echo en zei: “Je bent echt heel ernstig ziek.” Dat was heftig om te horen, maar ook een enorme opluchting. Eindelijk iemand die me geloofde. Zie je wel: ik ben niet gek!
Het duurde 22 jaar voor ik de diagnose kreeg. Terwijl: 1 op de 10 vrouwen heeft endometriose. Ik bleek de ergste vorm te hebben De ziekte vrat zich jarenlang een weg door mijn lijf. Mijn baarmoeder werd daarna verwijderd, delen van mijn darmen en mijn lever, mijn middenrif was aangetast.
Na elke operatie begon het weer opnieuw: opkrabbelen, revalideren, weer fit worden. En ja, ook weer werken. Dat wilde ik. Dat geeft me energie.
Ik zit nu 25 jaar bij de politie. Ik ben niet alleen blijven werken, maar ben ook doorgegroeid. Naar hoofdinspecteur, leidinggevende van een basisteam. Dat heb ik zelf gedaan, ondanks alles. Daar ben ik heel trots op.
Ik ben altijd heel open geweest over mijn ziekte, ook naar collega’s toe. Dat doet iets met de sfeer. Mensen durven zich kwetsbaarder op te stellen. En er gebeurde nog iets bijzonders: ik kreeg reacties van collega’s die door het delen van mijn verhaal naar de dokter zijn gegaan. En er ook achter kwamen dat ze een vorm van endometriose hebben.
Endometriose is een deel van mijn leven, maar het definieert me niet. Het heeft me nooit tegengehouden om mijn dromen waar te maken. Als ik iets wil meegeven, is het dit: ‘Neem jezelf serieus. Als jij voelt dat er iets niet klopt, laat je dan niet wegsturen.
Als de artsen het eerder hadden ontdekt, had ik misschien een kind van mezelf gehad. Dat is wat het is, al blijft het pijnlijk. Ik ben inmiddels 44 jaar en kijk vooral naar wat er wél is. Ik heb een mooi leven. Ben heel gelukkig met mijn man en bonuskinderen en ik heb een baan waar ik heel blij mee ben.’