Politie Nederland

Routebeschrijving Website Contact opnemen met de organisatie

Politie Nederland Volg ons voor een kijkje achter de schermen. Bij spoed 112 | geen spoed, wel politie 0900-8844 Op straat, in het politiebureau en digitaal.

De politie is er altijd, voor een veiliger Nederland voor iedereen. Op www.politie.nl en de politie app zie je welke digitale mogelijkheden er zijn en hoe je contact met ons op kan nemen of aangifte kan doen. Volg de politie ook op Twitter: www.twitter.com/politie.

21/10/2026

Wijkagent Willeke waarschuwt een aantal jongeren nadat de groep overlast veroorzaakt. Maar even later ziet ze één van hen alweer richting een café lopen. Ze stuurt hem de stad uit, maar hij blijft haar lastigvallen. 👮

Dit is een fragment uit De Wijkpatrouille van RTV Oost. De hele aflevering is op YouTube te vinden.

Bron:

Samen met een paar collega’s houden we controle op het centraal station. In opdracht van de burgemeester controleren we ...
19/10/2026

Samen met een paar collega’s houden we controle op het centraal station. In opdracht van de burgemeester controleren we daar steekproefsgewijs reizigers. Het doel is duidelijk: mensen die wapens bij zich hebben, van de straat halen.

We hebben inmiddels al een aantal personen gecontroleerd wanneer we een man met een reiskoffer zien lopen. We besluiten ook hem te controleren. Om de fouillering zoveel mogelijk uit het zicht van andere reizigers te laten plaatsvinden, nemen we hem mee naar een hoekje van het station.

We leggen eerst uit wat de bedoeling van onze actie is maar dan biecht de man direct op dat er wiet in zijn koffer zit. Dat hadden we niet verwacht. We komen het wel vaker tegen, maar de eerlijkheid van de man zorgt toch voor enige verbazing.

We ritsen de koffer open. Daar zien we meerdere zakken met henneptoppen.
De man wordt direct aangehouden en overgebracht naar het politiebureau.
Daar blijkt hoe groot de vondst daadwerkelijk is: de koffer zit vol met in totaal 2,5 kilo henneptoppen, verdeeld over verschillende zakken.

Maar daarmee houdt het niet op.

Op basis van de verzamelde informatie wordt de volgende dag een woning doorzocht. Daar treffen we een werkende hennepkwekerij aan. Ook vinden we nog eens 1,5 kilo henneptoppen, verpakt en wel.

Wat begint als een steekproefsgewijze fouillering op het centraal station, eindigt dus met het aantreffen van een hennepkwekerij en in totaal 4 kilo henneptoppen.

16/10/2026

Agent Mahasin ziet het dagelijks gebeuren: jongeren die via een onschuldig spelletje worden meegesleurd in iets veel donkerders. Ze waarschuwt ervoor op Instagram, in twee talen: 'Een ouder die geen Nederlands spreekt, mist anders het signaal.'

'Ze was doodsbang dat haar identiteit naar buiten zou komen. Vanwege schaamte. Vanwege haar geloof. Ze werd misbruikt door een jongen, maar zou zich nooit melden als ze wist dat haar naam en gegevens meteen op straat zouden liggen.
Ik heb me toen keihard voor haar gemaakt. Zulke zaken gaan niet snel. Een kind dat zoiets heeft meegemaakt, vertelt je niet in één gesprek het hele verhaal. Dat kost tijd, vertrouwen, geduld. Uiteindelijk is het me gelukt: een officier van justitie ging akkoord dat zij anoniem haar verhaal mocht doen. Dat gebeurt bijna nooit in Nederland.

Jaren later kreeg ik een bericht van haar. Ze was getrouwd. Ze had de liefde van haar leven gevonden. Ik zal nooit vergeten wat dat met me deed. Wat zij heeft meegemaakt, laat me nog steeds niet los. Als ik iets kan doen om dat voor een ander kind te voorkomen, dan doe ik dat.
Zo is het eigenlijk begonnen. Als wijkagent met een Instagram-account merkte ik dat jongeren in mijn wijk mij makkelijker vertelden wat er speelde dan dat ze uit zichzelf naar het bureau zouden stappen. Op straat aanspreken werkte steeds minder. Online was ik ze juist wél aan het bereiken. Dus ging ik daarheen.
Huiskamergesprekken, mezelf voorstellen, mijn naam laten vallen: bel mij, ook als het over iets kleins gaat. Via via wisten steeds meer jongeren mij online te vinden.

Vijf jaar geleden opende ik een Instagram-account, maar deed er weinig mee. Tot ik voor het eerst mijn gezicht liet zien in een video. Binnen een jaar groeide ik van 8.000 naar 250.000 volgers, en al snel besloot ik elke video twee keer te maken: een keer in het Nederlands, een keer in het Marokkaans.

Een van de onderwerpen waar ik nu het meest over waarschuw, is hoe jongeren via een onschuldig spelletje zoals Roblox worden gelokt naar besloten chatgroepen. Wat begint als een spelletje met vreemden online, verandert langzaam in iets anders: eerst wat persoonlijke info, dan een verzoek om apart te chatten, en uiteindelijk belanden ze in een groep waarin ze onder druk worden gezet om steeds verdergaande, vernederende opdrachten uit te voeren. Precies omdat het zo geleidelijk gaat, zien ouders het vaak niet aankomen. Ik kreeg een bericht van een vader wiens dochter midden in die nachtmerrie zat. Ze was door iemand in zo'n groep zo ver gedwongen dat ze zichzelf pijn moest doen en dat moest filmen, terwijl haar ouders sliepen. Hij schreef dat hij blij was dat ik erover praatte, juist omdat zoveel ouders geen idee hebben hoe ver dit kan gaan.

Ik merk aan de reacties dat het aankomt. Ik heb ouders gehad die na het zien van zo'n video, in het Marokkaans, sneller actie ondernemen en bewuster zijn van de gevaren. Dat zijn redenen waarom ik het Marokkaans niet loslaat. Een ouder die geen Nederlands spreekt, mist anders het signaal. Mist het gesprek dat hij met zijn kind had moeten voeren. Mist misschien wel het moment waarop het nog niet te laat was. Ik doe dit niet om op te vallen. Ik doe dit omdat elk kind, in elke taal, hetzelfde recht heeft om op tijd gezien te worden.'

Er rijdt deze nacht een brommobiel op een weg waar je 100 kilometer per uur mag. Niet zo handig.De collega’s gaan er met...
12/10/2026

Er rijdt deze nacht een brommobiel op een weg waar je 100 kilometer per uur mag. Niet zo handig.

De collega’s gaan er met twee auto’s heen en spreken de bestuurder aan. Onder politiebegeleiding wordt de man in zijn brommobiel van de weg afgehaald. De man komt wat verward over, maar ze willen hem juist de goede richting opsturen. Helaas denkt de man daar anders over, want hij gooit zijn stuur ineens om en rijdt de andere kant op.

Zij draaien ook om en proberen hem te stoppen. Hij werkt echter niet mee. Zodra de collega’s hem willen inhalen, gooit hij zijn brommobiel opzij, zodat hij de weg blokkeert.

Mijn maat en ik besluiten ook maar even mee te rijden, omdat het nu toch wat gevaarlijker begint te worden. Via de portofoon blijven we luisteren naar de collega’s. Ze proberen met de auto voor de brommobiel te komen, maar elke keer zwenkt de man uit. Ondertussen is hij aan het spookrijden. Ook gaat hij het fietspad op waar hij bijna een fietser van zijn sokken rijdt.

Inmiddels is het incident opgeschaald naar een achtervolging, ook al rijdt de brommobiel maximaal 45 kilometer per uur, ze mogen hem niet ‘aantikken’. Dat is te gevaarlijk.

De bestuurder is inmiddels al lang van de 100 kilometerweg af, maar weigert nog steeds om te stoppen. Doordat het een achtervolging is geworden, worden er meer collega’s gekoppeld aan het incident.

Op een gegeven moment horen we ze zeggen dat het voertuig draait en de andere kant op gaat. Op dat moment zijn mijn maat en ik net in de buurt.

Ik zeg dat hij ons dienstvoertuig maar voor de brommobiel moet zetten, maar hij ziet de brommobiel hard komen aanrijden. We durven het toch niet aan en wijken uit.

Op een gegeven moment pakken wij een parallel weg en lukt het ons om voor de man met zijn brommobiel te komen. Net op dat moment besluit de bestuurder te stoppen, met een dienstauto links van hem, een achter hem en twee voor hem. We kunnen de man eindelijk aanhouden voor gevaarlijk rijgedrag.

De man stapt rustig uit, werkt volledig mee en zegt dan: mooie training heb ik jullie gegeven hè? Zoals je ziet zijn niet alleen snelle voertuigen lastig om te stoppen!

'Samen met mijn maatje ren ik naar de bus en maken we ons gereed voor de melding waar we liever niet naartoe willen. Gee...
05/10/2026

'Samen met mijn maatje ren ik naar de bus en maken we ons gereed voor de melding waar we liever niet naartoe willen. Geen weg meer terug, we gaan ervoor! We hebben weinig tijd om ons voor te bereiden. Onderweg vragen we aan de meldkamer wat we gaan aantreffen en of we het goed hebben gehoord. ‘Jonge vrouw van negentien, geen ademhaling’, krijgen we als antwoord. En: ‘Deze vrouw is drie jaar geleden, buiten haar schuld, slachtoffer geworden van een ernstig verkeersongeluk. Daarbij heeft zij blijvend hersenletsel opgelopen.’ We houden rekening met het ergste.

Bij aankomst loop ik via de woonkamer naar een aangrenzende slaapkamer. Ik weet niet goed wat ik ga aantreffen... De ouders zijn in paniek. Ik zie dat de moeder al is begonnen met de reanimatie. De vader wijst naar hun dochter die op de grond ligt. Dan zie ik de jonge vrouw; ze ligt met opengesperde ogen, haar gezicht ziet blauw. Twee ambulancemedewerkers buigen zich over haar heen en gaan verder met reanimeren. Ze hebben de AED al aangesloten. Ik besluit hen te helpen en trek mijn latex handschoenen aan. Na overleg neem ik de reanimatie over, zodat zij zich kunnen focussen op andere medische handelingen.

Ondertussen concentreer ik me op de borstcompressies die ik geef om haar hartslag weer op gang te krijgen. Terwijl ik bezig ben, kijk ik nog even goed om mij heen. Is dit werkelijkheid? Mijn ogen zijn weer gericht op het slachtoffer. Ik kijk in haar openstaande ogen. Ogen die lijken te zeggen: 'Alsjeblieft, help me.'

Ineens krijg ik angstige gedachten: Deze vrouw is opnieuw slachtoffer… Ze is echt te jong, dit kan niet. Ik ga door met reanimeren en zie opeens dat ze in haar dichtgeknepen linkerhand een knuffelbeer vasthoudt. Ik merk dat ik steeds vaker en sneller borstcompressies geef. Het zal toch niet? Nee, niet vandaag. Achter mij hoor ik haar ouders aanmoedigend roepen: ‘Kom op, kom op.’ Ze roepen meerdere malen de naam van hun dochter. Het maakt mij gemotiveerder dan ooit om haar te redden. Ze gaat toch niet dood vandaag? Dat mag niet.

Ondertussen stroomt de woonkamer vol mensen. Familie en vrienden hebben van het incident gehoord en zijn naar de woning gekomen, om de ouders te steunen. Iedereen is zichtbaar verdrietig.

De slaapkamer staat nu ook vol met zorgverleners; specialisten die hun uiterste best doen om het slachtoffer te redden. De infusen, slangetjes en draden liggen verspreid over de vloer. Medische termen worden afgewisseld met uitslagen van hartfilmpjes. Ik blijf hopen dat het goede uitslagen zijn en dat er nog een kans is voor haar.

Terwijl ik de laatste borstcompressies geef, met al mijn deskundigheid en moed die ik in me heb, zie ik hoe haar ouders naast mij komen zitten, hopend op een wonder. Angst wordt werkelijkheid. Hun dochter kunnen wij helaas niet meer redden.
De stilte in huis valt, het verdriet neemt toe en een nachtmerrie begint. We koppelen alle draden, snoeren en infusen af… en leggen de vrouw op bed. We dekken haar toe en verlaten de kamer.

Vervolgens nemen we afscheid van de ouders, familie en vrienden. We wensen ze sterkte en noteren nog wat gegevens. Ik loop de deur uit, naar buiten, wetende dat er in huis een hoop verdriet heerst. Wetende dat deze mensen de komende tijd veel verdriet te verwerken hebben. Binnen staat het leven stil, buiten gaat het leven weer verder.

Als ik weer terug ben op het bureau kan ik mijn verhaal gelukkig kwijt bij collega’s die speciaal hiervoor zijn opgeleid. Ondanks de goede ondersteuning die ze mij geven zal ik deze reanimatie nooit meer vergeten…'

02/10/2026

De Servisch-Montenegrijnse Tanja is in Nederland helemaal op haar plek. Maar daar ging een lange weg aan vooraf. ‘Mijn vader was politieagent in Kroatië. Toen kwam de oorlog en dat veranderde alles.’

‘Het is 1991 als het helemaal misgaat. Ik ben nog maar vier jaar oud. Samen met mijn ouders vlucht ik met de laatste trein uit Kroatië. Voordat de oorlog uitbreekt.

Ik heb nog vage herinneringen aan Kroatië. Aan Zagreb, de stad waar ik ben geboren. Mijn vader is daar politieagent. Hij komt altijd in uniform naar huis. Wij zijn Servisch-Montenegrijns en wonen tussen de Kroaten.

Op een dag heeft mijn vader een bewakingsdienst. Een Kroatische collega vraagt of hij zijn dienst wil ruilen en mijn vader vindt dat goed. Later horen we dat deze collega is doodgeschoten. Die kogel was eigenlijk bedoeld voor mijn vader….

Mijn ouders besluiten om meteen te vertrekken. Het is te gevaarlijk geworden. Tijdens de vlucht raken mijn ouders van elkaar gescheiden. We kunnen elkaar alleen begroeten bij een hek aan de grens. Door onze handen door de spijlen te steken. Mijn vader reist door naar Duitsland en ik kom met mijn moeder uiteindelijk in Nederland terecht.

Een tijdje wonen mijn moeder en ik in bij een Nederlands-Servisch echtpaar. Het is er veilig, maar ik mis mijn vader. Af en toe kan ik hem opzoeken in Duitsland.

Mijn jeugd is onrustig, omdat mijn moeder en ik steeds moeten verhuizen. Iedere keer als ik naar een andere basisschool ga, word ik uitgelachen. Ik ben het armste kind van de klas en hoor er nooit echt bij.

Mijn moeder schaamt zich voor onze armoede en is altijd aan het werk. Soms heeft ze meerdere baantjes tegelijk. Thuis ben ik veel alleen. Ik maak mijn eigen eten klaar. Altijd is er de angst dat er iets met mij ouders gebeurt en dat ik er alleen voor kom te staan.

Als kind wil ik al bij de politie werken. Waarschijnlijk omdat mijn vader agent is geweest in Kroatië. Maar door alles wat ik in mijn jeugd heb meegemaakt, twijfel ik of het lukt.

Op mijn achttiende meld ik me aan bij de Politieacademie. Na een jaar stop ik er alweer mee. Ik merk dat ik er nog niet klaar voor ben. Om bij de politie te werken moet je stevig in je schoenen staan. Dus heb ik eerst allerlei baantjes voordat ik op mijn 27ste terugga.

Als agent wil ik graag werken in de stad waar in ben opgegroeid, maar daar is geen plek. Ik word geplaatst in een stad die ik niet ken. In eerste instantie is het een cultuurshock voor me. Al bij de eerste melding word ik uitgescholden. Waarom? Ik kom toch naar je toe om je te helpen?

Na een tijdje leer ik hoe ik met bewoners om moet gaan. Niet te autoritair en niet te netjes. Anders krijg ik geen contact met ze. Nu ben ik helemaal gewend. Het is superdruk; melding na melding. Maar het is wel het werk waarvoor ik bij de politie ben gegaan. Ik ben helemaal op mijn plek.

Mijn vader vond het in het begin helemaal niks dat ik bij de politie wilde en raadde het me zelfs af. Nu ik eenmaal agent ben, is hij erg trots op me. '

'De winkeldief die ik nooit zal vergeten was een verslaafde man die Bob heette. Het was mijn de taak om hem te verhoren....
28/09/2026

'De winkeldief die ik nooit zal vergeten was een verslaafde man die Bob heette. Het was mijn de taak om hem te verhoren.

Hij vertelde dat hij op een booreiland had gewerkt. Hij had een goed inkomen, een mooie auto onder zijn kont, had een leuke vrouw en een kind waar hij trots op was. Nu was het zo dat hij drie maanden op het booreiland werkte en daarna een maand thuis was. In de tijd dat hij thuis was, begon hij zich te vervelen en zo raakte hij aan de drugs.

Zijn vrouw wilde bij hem weg en kreeg hun zoon toegewezen. Hij werd ontslagen, kon zijn huis niet meer betalen en verkocht zijn auto. Hij leefde op straat en stal kleding en voedsel om rond te komen. Tijdens het gesprek, dat uiteindelijk over veel meer ging dan de diefstal, vloeiden de tranen rijkelijk en hij vroeg zich af hoe het zover had kunnen komen. We spraken over afkicken, de zin van het leven en de kracht om zijn zoon weer te kunnen zien. Na de nodige bakjes koffie vroeg ik hem: ‘Wat is het je waard om te vechten voor je idealen?’

Ruim twaalf jaar later ben ik als wijkagent uitgenodigd op een barbecue van een woningcoöperatie, nadat een gerenoveerde wijk opnieuw is opgeleverd. Ik heb veel betekend voor de wijk en samen met de bewoners geniet ik op een zonnige avond van een sateetje en een salade. Plotseling komt er een goed uitziende man op mij aflopen. ‘Ben jij wijkagent Bart?’, vraagt de man enigszins dwingend. ‘Ja’, antwoord ik vertwijfeld terwijl ik in mijn geheugen grif wie deze man ook alweer is. ‘Weet je nog wie ik ben?’ Ik beken eerlijk dat ik het even niet meer weet. ‘Ik ben Bob’. En hij glimlacht van oor tot oor terwijl hij aanstalten maakt om mij te omhelzen.

‘Bob!’ roep ik. ‘Gozer wat zie jij er goed uit.’ Hij omarmt me alsof we al jaren vrienden zijn. Ineens zijn de ogen van alle buurtbewoners op mij gericht. Bob is samen met een vrouw en stelt haar voor als zijn vriendin. En naar mij wijzend zegt hij: ‘Deze man is mijn held. Hij heeft mij van de drugs afgeholpen.’

Ik sta doodstil en het kippenvel kruipt van mijn tenen tot aan mijn hoofd. Ik krijg het warm en kan tot mijn stomme verbazing niets meer uitbrengen. ‘Mijn vriendin weet alles hoor.’ vervolgt Bob. ‘Ik heb het vaak over jou gehad. Het gesprek wat wij samen hebben gehad, heeft mijn ogen geopend. Ik ben weer gelukkig. De relatie met mijn ex is niet meer goed gekomen, maar ik zie mijn zoon weer wekelijks. Jij bent mijn held.’ Ik ben onder de indruk en antwoord: ‘Je kan mij wel als held zien, maar eigenlijk ben jij dat. Jij hebt de strijd gestreden en overwonnen. Ik ben trots op je. Gozer, geniet van het leven, het gaat je goed.’'

‘Midden op zee de touwladder van een metershoog schip beklimmen: dat is best een uitdaging met windkracht 6. Een paar fl...
26/09/2026

‘Midden op zee de touwladder van een metershoog schip beklimmen: dat is best een uitdaging met windkracht 6. Een paar flinke zeebenen is dus wel handig voor dit werk bij de maritieme politie.

Drie aaneengesloten dagen ben ik steeds op zee, gemiddeld zo’n twee à drie keer per maand. Samen met een collega van de koninklijke marechaussee en de douane, een kapitein, een kok en nog een aantal bemanningsleden leef ik zo een groot deel van de tijd op een schip van de Kustwacht.

Vanuit Den Helder of Hoek van Holland varen we de hele kust af. Van Breskens tot Eemshaven tot ver van onze kust: op onze Noordzee pakken we verkeersovertredingen, schendingen van de veiligheid en strafrechtelijke feiten zoals sabotage, smokkel, drugs- en milieucriminaliteit aan.

Vandaag controleren we de papieren van een schip dat voor de kust voor anker ligt. Bijvoorbeeld om te checken of olie en afval netjes afgevoerd zijn. Maar we gaan ook af op schepen die verdacht worden van drugssmokkel, om drugsdroppings in Nederlandse wateren te voorkomen.

Ik hou van de sfeer op het water. Mensen op zee spreken dezelfde taal, hebben allemaal te maken met dezelfde elementen. Ik ben de zoon van de laatste vuurtorenwachter op Urk en groeide op aan het water. Niet gek dus, dat ik na tien jaar op straat bij de maritieme politie terechtkwam!’

Rense, maritieme politie

'Mijn late dienst is net begonnen. Over de portofoon hoor ik dat een man met een mes heeft gedreigd in een bus. De busch...
21/09/2026

'Mijn late dienst is net begonnen. Over de portofoon hoor ik dat een man met een mes heeft gedreigd in een bus. De buschauffeur heeft hem eruit gezet en achtergelaten op de vluchtstrook van de A50.

Met meerdere collega’s en een hondengeleider gaan we erop af. Als we aankomen, zien we hem al staan. In de vuilniszak die hij bij zich heeft, zit inderdaad het mes waarmee hij in de bus heeft gedreigd.

We nemen het mes in beslag en begeleiden de man van de snelweg af. Inmiddels oogt hij rustig. Omdat er geen aangifte tegen hem is gedaan, besluiten we de man te laten gaan. De hondengeleider en andere collega’s vertrekken en ook mijn maatje Peter en ik stappen weer in onze auto. Maar dan zien wij de man opnieuw. Hij klimt het talud over, richting de snelweg.

Wij bedenken ons geen moment en springen de auto uit. Peter geeft alles door aan de meldkamer en ik race het talud over. De man kruipt over de vangrail en rent de rijbaan van de A50 op. Tussen rijstrook één en twee staat hij schreeuwend en hevig zwaaiend met zijn armen.

Ik roep hem, maar hij geeft nergens gehoor aan. Gelukkig remmen de auto’s. Ik hoor mijn collega nog schreeuwen dat ik voorzichtig moet zijn en niet de snelweg op moet gaan.

Ik maak een inschatting: de auto’s staan inmiddels zowat stil en ik wil deze knettergekke man pakken. Ik spring over de vangrail en trek een sprint richting de man. Hij is inmiddels bijna bij de andere rijbaan. Ook daar heeft het verkeer ons gelukkig gezien. Het rijdt al stapvoets. Onze korte achtervolging op de snelweg eindigt uiteindelijk in de berm aan de andere kant van de A50.

Na een stoeipartij kan de man worden geboeid en afgevoerd. Ik krijg complimenten, maar besef dat ik in een split second een risicovolle beslissing heb genomen. Toch ben ik vooral blij dat er geen ongelukken zijn gebeurd.'

17/09/2026

Na een carnavalsfeestje wordt de zus van Benthe ’s nachts van haar fiets getrokken en mishandeld. Ze weet te ontsnappen. Wat daarna volgt, is een lang proces met de politie.

Voor Benthe maakt dit één ding duidelijk: dit is waar ze later ook wil werken. ‘Ik wil iets kunnen betekenen voor mensen op een moment waarop zij zich net zo machteloos voelen als mijn zus zich toen voelde.’

“Je zus is vannacht van haar fiets getrokken. Papa brengt je zo naar je werk.” Met deze woorden word ik wakker gebeld door mijn moeder. Het is kwart over vijf in de ochtend en ik ben eigenlijk geïrriteerd dat ze mij zo vroeg belt. Pas als ik een uur later bij mijn vader in de auto stap, dringt langzaam tot mij door wat er die nacht gebeurd is. Na een carnavalsfeestje bij ons in de buurt is mijn zus de avond ervoor naar huis gefietst. Onderweg wordt ze door een man van haar fiets getrokken en aangevallen. Hij mishandelt haar, bedreigt haar met een stroomstootwapen en dwingt haar vervolgens honderden meters mee een weiland in.
In alle angst en paniek probeert mijn zus stiekem 112 te bellen. Hij merkt het op, pakt haar telefoon af en gooit die weg. In het weiland randt de man mijn zus aan.

Toch blijft ze op zoek naar een manier om weg te komen. Ze weet hem ervan te overtuigen haar telefoon te gaan zoeken. Hij loopt weg en schreeuwt dat ze moet blijven zitten. Ze wacht tot hij een stukje verder is. Dan ziet ze haar kans en rent weg.

Ze belt aan bij het eerste huis dat ze tegenkomt, maar niemand doet open. Er zit niets anders op dan verder te rennen. Honderden meters door het bos, tot ze uiteindelijk bij een tweede huis komt. Daar gaat de deur gelukkig wel open. De bewoners zien dat ze aan het bloeden is, luisteren naar haar verhaal en bellen onze ouders.
Die rijden direct naar haar toe. Eenmaal daar twijfelen ze nog of ze de politie moeten bellen. Niet omdat ze niet geloven wat mijn zus vertelt, maar omdat ze bang zijn dat haar verhaal misschien niet serieus genoeg wordt genomen. Uiteindelijk bellen ze het 0900-nummer van de politie. De angst voor onbegrip was onterecht, de zaak wordt meteen opgepakt. Pas toen begon ook bij ons als gezin door te dringen hoe ernstig het is wat mijn zus die nacht heeft mee moeten maken. Maar aan de andere kant, en dat is nog veel belangrijker: mijn zus merkte dat er naar haar werd geluisterd. Dat haar verhaal ertoe deed.

Die dag erna op mijn werk heb ik even geen idee hoe ik mij moet voelen. Ik kan niet geloven wat mijn zus heeft meegemaakt. Het voelt onwerkelijk. Bij thuiskomst ligt mijn zus al te slapen. Het is mijn oudere zus en ik merk dat ik het moeilijk vind om haar zo te zien. In de dagen die volgen, moet mijn zus vaak naar het politiebureau of komen de zedenrechercheurs bij ons thuis langs. De dagen die volgen zijn zwaar en emotioneel, voor mijn zus en voor ons als gezin. Maar we voelen ons enorm gesteund door de politie. We zien van dichtbij hoeveel tijd en aandacht er in de zaak wordt gestoken en hoe serieus mijn zus wordt genomen. Omdat mijn zus de man niet in de ogen heeft kunnen aankijken, wordt er een oproep gemaakt in Opsporing Verzocht. Team Zeden komt bij ons thuis langs om uit te leggen hoe alles in z’n werk gaat. Als familie staan we machteloos. We kunnen naast mijn zus staan, naar haar luisteren en er voor haar zijn, maar we kunnen niet ongedaan maken wat er is gebeurd en we kunnen ook de dader niet opsporen. De politie kan op dat moment wél iets betekenen. Ik zie hoe de rechercheurs met mijn zus omgaan, hoe ze naar haar luisteren en hoe ze haar begeleiden. Op dat moment weet ik het zeker: dit is waar ik later ook wil werken. Ik wil iets kunnen betekenen voor mensen op een moment waarop zij zich net zo machteloos voelen als mijn zus zich toen voelde.

Nadat de aflevering op tv is geweest, word ik op mijn werk opgehaald door mijn moeder. Sinds het incident fietsen wij niet meer in het donker, onze ouders halen ons liever op. Terwijl mijn moeder op mij aan het wachten is in de auto, belt mijn zus: ze hebben een verdachte aangehouden.
Eenmaal thuis zitten we met het hele gezin aan de keukentafel. We wonen in een klein dorp en het nieuws verspreidt zich hier snel. We krijgen via-via een naam doorgestuurd. Mijn zus kent de man niet, maar herkent de naam omdat hij haar een paar dagen na het incident heeft toegevoegd op Instagram. Dan breekt bij haar de paniek los. Ze weet niet wie hij is en vooral niet wat hij allemaal over haar weet. Maar tegelijkertijd is zij, en wij allemaal, opgelucht dat hij is aangehouden. Toch is de zaak nog lang niet voorbij. Vanuit Team Zeden worden we ook in de periode daarna goed begeleid. Er volgen meerdere rechtszaken, waarbij elke zitting rechercheurs aanwezig zijn. Ook tot op de dag van vandaag wordt er contact opgenomen met mijn zus om te vragen hoe het met haar gaat. Die betrokkenheid is mij altijd bijgebleven.

Inmiddels ben ik nu centralist bij het 0900-nummer. De wens om bij Zeden te gaan werken heb ik niet. Wel heeft deze hele situatie invloed op de manier waarop ik nu naar slachtoffers luister. Ik weet hoe kwetsbaar iemand op zo’n moment kan zijn en hoe belangrijk het is dat iemand zich gehoord en serieus genomen voelt. Ik krijg regelmatig mensen aan de telefoon die iets op het gebied van zeden hebben meegemaakt. Op zulke momenten probeer ik vooral een luisterend oor te bieden. Ik wil duidelijk krijgen wat er is gebeurd, zonder iemand het gevoel te geven dat diegene zijn of haar verhaal moet bewijzen of steeds opnieuw moet vertellen.
Jaren geleden was het mijn familie die de politie nodig had. Nu ben ik soms zelf het eerste contact dat iemand met de politie heeft. Dat besef maakt mijn werk voor mij extra bijzonder.

Mijn zus vindt het belangrijk dat ik haar verhaal vertel. Je denkt al snel: zoiets overkomt mij niet. Dat dachten wij ook. Wat er met haar gebeurd is, kunnen we niet veranderen. Maar door haar verhaal te delen, hoopt ze anderen bewuster te maken. Want soms kan één moment alles veranderen. Juist dan is het belangrijk dat er iemand is die luistert, je serieus neemt en naast je staat. Dat is wat de politie voor mijn zus en ons gezin heeft gedaan. En ik hoop dat ik dit nu als collega ook voor andere mensen kan betekenen.

Adres

Amsterdam Centrum

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Politie Nederland nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact Opnemen Met De Organisatie

Stuur een bericht naar Politie Nederland:

Snelkoppelingen

Delen