Politie Nederland

Politie Nederland Volg ons voor een kijkje achter de schermen. Bij spoed 112 | geen spoed, wel politie 0900-8844 Op straat, in het politiebureau en digitaal.

De politie is er altijd, voor een veiliger Nederland voor iedereen. Op www.politie.nl en de politie app zie je welke digitale mogelijkheden er zijn en hoe je contact met ons op kan nemen of aangifte kan doen. Volg de politie ook op Twitter: www.twitter.com/politie.

‘Tijdens een zeer rustige nachtdienst worden mijn collega en ik gewenkt door twee mensen op straat. “Misschien willen ze...
31/08/2026

‘Tijdens een zeer rustige nachtdienst worden mijn collega en ik gewenkt door twee mensen op straat. “Misschien willen ze wat vragen” zeggen we tegen elkaar. Dus even verderop keert mijn collega de wagen en rijdt terug naar die twee mensen. Ik zie wat bezorgde gezichten en zodra ik mijn raam naar beneden doe snap ik waarom.

We horen een enorm gekrijs en geschreeuw. We stappen snel de auto uit. Het geschreeuw is intens hard. Het gaat echt door merg en been. Alsof er iemand vermoord wordt.

Al gauw hebben we door dat het geschreeuw uit een woning komt, waarvan het raam open staat. We rennen de flat in en hebben de woning snel gevonden. Daarom vragen we om versterking, omdat het goed mogelijk is dat de bewoner zich in een psychose bevindt.

Opeens stopt het geschreeuw. We bellen aan en kloppen op de deur, maar niemand reageert. Althans.. niet de man waarvan we een reactie willen. Wel horen we een snurkende ademhaling, weer gevolgd door een hele harde kreet. En dan is het weer stil…

We besluiten de voordeur te openen met onze speciale sleutel. Zodra we naar binnen gaan zien we een man op de grond liggen. Zijn bovenlijf is ontbloot en we horen weer die abnormale ademhaling.

We spreken de man een paar keer luid en duidelijk aan, checken zijn ademhaling maar hij reageert nergens op. Daarop besluiten we een ambulance op te roepen. We willen net beginnen met reanimeren als, uit het niets, de man ineens vol verbazing helemaal rechtop gaat zitten. Hij kijkt ons met grote ogen aan. “Hey! Wat doen jullie hier?” We vertellen hem wat er gebeurd is en waarom we hier zijn, alleen de man kan zich niks meer herinneren.

Later bleek dat de man een designerdrug had genomen in combinatie met een andere drug. De drugs hadden de controle over zijn lijf overgenomen, ondanks dat de man niet onbekend was met de drugs.

Gelukkig heeft de man deze keer geluk, maar hij beseft dat het ook heel anders had kunnen aflopen. Hopelijk is dit voor hem een wijze les.’

‘Ik hou van de sfeer op het water. Van jongs af aan groeide ik op aan het IJsselmeer, met altijd een speedboot binnen ha...
29/08/2026

‘Ik hou van de sfeer op het water. Van jongs af aan groeide ik op aan het IJsselmeer, met altijd een speedboot binnen handbereik. Nu ben ik specialist bij het Landelijk Vaartuigenteam.

Ik heb in mijn leven al flink wat jachthavens gezien. Als specialist in het identificeren van vaartuigen en motoren loop ik niet zomaar een haven binnen. Ook in mijn vrije tijd sta ik al gauw te scannen: hoe liggen de vaartuigen vast? Wat voor buitenboordmotoren liggen erachter? En vooral: hoe zien de rompnummers en motorserienummers eruit? Het gaat gewoon vanzelf.

Die nummers spelen een hoofdrol in mijn werk. Mijn collega’s en ik weten precies hoe een nummer opgebouwd hoort te zijn, wanneer het nep is of vernieuwd, en op welke verborgen plekken oorspronkelijke nummers terug te vinden zijn.

Elke dag worden er 1 à 2 boten gestolen in Nederland. Sloepen worden het vaakst gestolen. Gestolen vaartuigen worden vaak omgekat. Dat wil zeggen dat ze een nieuwe kleur krijgen, een nieuwe naam, nieuwe stickers en een nieuw nummer.

Laatst moest ik zo’n omgekat vaartuig identificeren; het bleek een gestolen zeilboot uit Lelystad. Wij worden niet alleen ingeschakeld voor gestolen boten, maar we worden ook geregeld gebeld door collega’s die bijvoorbeeld bezig zijn met een actie, Ze vragen ons dan om te kijken wat we in vaartuigen aantreffen. Laatst vonden we een verborgen ruimte in een waterscooter, die vol hennep bleek te zitten.

Als wij eenmaal aan de slag gaan, hebben we met onze specialistische kennis, wereldwijde netwerk, uitleesapparatuur, UV-lampen en endoscopen al gauw beet. Ruim de helft van de gestolen boten vinden we uiteindelijk terug.’

Willem, specialist Landelijk Vaartuigenteam

26/08/2026

Bureau Utrecht is genomineerd voor de Gouden Televizier-Ring! Help ons winnen en stem via www.tvgids.nl/ring of via de link in onze bio.

*Stemmen kan tot 15 september 08:00.

24/08/2026

Ik heb kippenvel van mijn tenen tot aan mijn kruin, als ik de mail uit heb die zojuist in mijn mailbox verscheen.

Beste Bart,
Met veel respect en waardering kijken wij terug op de manier waarop jij en je collega Gert ruim 30 jaar geleden de aanrijding hebben behandeld waarbij onze zoon Ronald dodelijk is verongelukt. Erg professioneel en oog hebbend voor de nabestaanden, ieder met zijn eigen verdriet. Als mens had ik het enorm met jullie te doen. Jullie konden, als relatief jonge dienders, niet bedenken tegen wat voor nare emotionele belevenis jullie later op de dag aanliepen. En jullie werden zomaar geconfronteerd met een intens verdrietige familie. Jullie zitten al ruim 30 jaar in mijn hoofd.
Ik denk meteen weer terug aan dat incident van dertig jaar geleden.
Ronald was een jongeman die aan het begin van zijn leven stond. Hij woonde nog thuis icoon huis en had altijd graag een motor willen hebben. Zijn vader was hier in eerste instantie niet blij mee en had er bij hem op aangedrongen extra trainingen te volgen om een betere motorrijder te worden. Op een zonnige dag in augustus sloeg het noodlot toe en overleed Ronald door een tragisch motorongeval.

Ik herpak me en beantwoord de mail van Ronalds vader. Daarna bel ik hem op. Ik bedank hem voor de mail en zeg dat ik zijn reactie zeer waardeer. Nog nooit heb ik meegemaakt dat ik na ruim 30 jaar complimenten als deze mag ontvangen. Ik vraag hem of hij er prijs op stelt om binnenkort een kop koffie te drinken op het politiebureau. Hij stemt toe.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik ontmoet Ronalds vader ruim een week later. Samen bespreken we hoe ons leven is gelopen. Het voelt goed, het is alsof ik deze man al jaren ken. Ook de aanrijding van Ronald komt ter sprake. Emoties komen naar boven.

Onder het genot van een tweede kop koffie kijkt de vader mij aan. ‘Het lijkt wel alsof ik tegenover een vriend zit die ervoor heeft gezorgd dat de cirkel van het motorongeluk met Ronald rond is.’ De trilling in zijn stem is hoorbaar en even sla ik dicht.

Hij heeft een presentje voor Gert en voor mij meegenomen. Als een afsluiting van een trieste gebeurtenis met een zeer bijzonder einde. En ik denk: Als Ronald een kopie van zijn vader zou zijn geworden, dan is een mooi mens aan deze wereld verloren gegaan.

20/08/2026

Tibor is politieagent én hij werkt in een tbs-kliniek. Best heftig soms. Maar juist daardoor weet hij goed hoe je moet omgaan met mensen met onbegrepen gedrag.

“Die tbs’ers moeten voor altijd opgesloten blijven” of “Geef ze een spuitje!” Dat soort reacties hoor ik als ik vertel dat ik niet alleen politieagent ben, maar ook in een tbs-kliniek werk.

Mensen denken bij tbs vaak aan gevaarlijke criminelen. Aan monsters. Die niet meer terug de maatschappij in zouden mogen. Mijn doel is het wegnemen van die vooroordelen.
Tbs werkt. Het vermindert de kans dat iemand opnieuw de fout in gaat enorm. Alleen hoor je die succesverhalen bijna nooit.
Ik werk met mensen die zware psychiatrische problemen hebben en die strafbare dingen hebben gedaan. Het is een crisisafdeling, met een hoog beveiligingsniveau.

Maar als ik daar één ding heb geleerd: achter onbegrepen gedrag zit bijna altijd een verhaal.
Daardoor kijk ik als agent anders naar politiemeldingen die hierover binnenkomen. Dit gedrag komt ergens vandaan. Trauma’s, verslaving, een psychose, verkeerde keuzes.
Wij krijgen elke dag te maken met meldingen van onbegrepen gedrag. Zo’n 170.000 meldingen per jaar. Dat is superveel. De zorg zit vol, wachttijden zijn lang. Dit zorgt ervoor dat we steeds dezelfde mensen terugzien. Hier kan ik als agent soms best moedeloos van worden.

Toch vind ik dat we nooit mogen vergeten dat dit ook gewoon mensen zijn. Mensen lopen vast. Soms zo erg dat ze er zelf niet meer uitkomen. Dat betekent niet dat het gedrag van tbs’ers goed te praten is. Zeker niet. Deze mensen hebben soms vreselijke dingen gedaan met grote gevolgen voor slachtoffers en hun omgeving. Dat valt niet goed te praten.

Maar ik zet me binnen de politie in om meer begrip te krijgen voor onbegrepen gedrag. Hoe ga je ermee om dit werk? Zo regel ik dat collega’s kunnen komen kijken in de tbs-kliniek. Dan zien ze hoe het eraan toegaat. Wat voor effect heeft een simpel “hallo” zeggen bij zo’n melding bijvoorbeeld al? In plaats van: “Politie!!”

Hoe je een psychose kan herkennen bij iemand? Deze mensen zijn vaak niet in het hier en nu. Ze kunnen verward zijn over de tijd of plaats waarin ze leven. Ze kunnen hallucinaties hebben en zeggen bijvoorbeeld vanuit het niks ineens ‘Huh, wat zeg je?’, terwijl niemand ze aanspreekt. Soms kijken ze schichtig om zich heen, zijn ze bang dat ze gevolgd worden of zweten ze flink.

Ze reageren uit angst of stress. Dan helpt het als ze gehoord worden. Soms zit het in iets kleins. Een grapje maken. Onverwacht reageren.
Laatst kwam een tbs-patiënt ineens op mij afgestormd. Ik schakelde automatisch over naar mijn politiemodus. Ik riep heel hard dat hij moest stoppen en gaan zitten. Hij bevroor meteen. Dat werkte op dat moment. Maar veel vaker werkt juist het tegenovergestelde.

Terugschreeuwen heeft meestal geen zin. Sterker nog, als ik zachtjes ga praten, dan is het ijs sneller gebroken. Dan denken ze: huh?! En dan heb je wat ruimte om te praten.

Mensen in een tbs-kliniek kunnen onvoorspelbaar zijn. Daar moet je rekening mee houden voor je eigen veiligheid. Door deuren dicht te houden of afstand te nemen. Ondanks deze veiligheidsmaatregelen, is het werk niet niks. Zo ben ik met de dood bedreigd. Ik voelde op dat moment wel adrenaline, maar ik bleef rustig, zoals me geleerd is. Ik ben niet meer zo snel bang, omdat ik kan vertrouwen op mijn opleidingen en ervaring.

Iedereen kan psychiatrisch patiënt worden. Stel dat je thuis veel meemaakt, iemand van wie je houdt overlijdt of als je jezelf constant voorbijloopt op het werk. Dat kan ook een gezond iemand in de war maken. Het scheelt natuurlijk als je goed voor jezelf zorgt en vrienden en familie hebt die naar je omkijken. Maar uiteindelijk kan een heftige gebeurtenis bij iedereen iets triggeren.

Daarom vind ik het zo belangrijk om altijd de mens achter het gedrag te blijven zien. En dat doe je al door, als het kan, rustig bij zo iemand te gaan zitten en te zeggen: “Ik zie je.”

19/08/2026

Boeiend op straat én politievlogger Jan-Willem zijn genomineerd voor de Goude Televizier-Ring Online-videoserie! Help ons winnen en stem via www.tvgids.nl/ring of via de link in onze bio. 🏆

*Stemmen kan tot 15 september 08:00.

17/08/2026

Een mevrouw rijdt ons bureau binnen in een opvallend versierde scootmobiel. Ze wil aangifte doen van het feit dat haar ex-man haar terroriseert door onder andere het elektra en gas af te sluiten. Hij zou dat doen met zijn bovennatuurlijke krachten.

Ook heeft hij haar telefoon afgesloten. Hoe en waar ze de accu van haar scootmobiel oplaadt, vraag ik maar niet. Ik geef alles door aan mijn collega’s die er een melding van maken.

Mevrouw vraagt na dit bezoek of ik een zorgtaxi wil bellen en geeft het nummer. Haar mobiele telefoon kan zij niet gebruiken want haar ex bewerkt die op afstand.

Behulpzaam als ik ben, bel ik met het balietoestel. Maar ik krijg na diverse pogingen de niet-in-gebruik toon. ‘Zie je wel, hij is met mij meegekomen en is hier ook’, zegt ze en wijst op een losliggende plafondplaat.

Ik besluit om op de afdeling te bellen. Vreemd genoeg krijg ik ook daar geen aansluiting. Een andere collega is wel aan het bellen, dus er is geen storing.

Dan belt een collega met haar mobiele telefoon het nummer en krijgt aansluiting. De zorgtaxi wordt geregeld. Direct nadat mevrouw is vertrokken, werken plots alle telefoons weer. Zou ze dan toch gelijk hebben?

10/08/2026

Woensdagmiddag 12.15 uur. Lisanne van elf opent de voordeur van haar woning met de sleutel. Haar moeder zal straks ook thuiskomen uit haar werk. Ze loopt door de gang en opent de deur naar de woonkamer. Daar staat zij plotseling oog in oog met twee onbekende mannen. Als stokstaartjes blijven ze staan. Bevroren aan de grond.

Dan begint Lisanne te schreeuwen: ‘Help, help!’ De mannen kiezen het hazenpad. Via de woonkamer, door de achtertuin en door de schuttingdeur naar de weg. Als door een wesp gestoken rent Lisanne schreeuwend achter de mannen aan: ‘Help, help’. Op straat aangekomen blijkt de afstand tussen Lisanne en de mannen te groot. Een voorbijfietsende tienerjongen wordt door Lisanne aangesproken: ‘Help, inbrekers!’ En ze wijst naar de twee rennende mannen die ondertussen ongeveer honderd meter verderop zijn.

De jongen bedenkt zich geen moment en fietst zo hard als hij kan achter de rennende mannen aan. Nog net ziet hij dat de bange boeven in een oude zwarte Volkswagen Golf stappen en met grote snelheid richting de snelweg rijden. Hij pakt zijn telefoon en belt 112. Dan vertelt hij de centralist wat hem zojuist is overkomen en geeft het kenteken van de VW Golf door.

Op het moment van deze melding ben ik toevallig in de buurt. Ik geef bij de centralist aan dat ik naar de woning van Lisanne zal rijden. Daar aangekomen zit een bang meisje te huilen op de bank. Trillend en met horten en stoten vertelt ze mij wat haar zojuist is overkomen. Als hierna ook de woonkamerdeur wordt geopend en haar moeder verschijnt, begint Lisanne nog harder te huilen. Haar moeder, die mij vol ongeloof aankijkt, vraagt me wat er aan de hand is. Ik stel haar gerust met de woorden: ‘Geen paniek, uw dochter is een held’.

Al snel keert de rust terug en terwijl we een kop koffie drinken, vertelt Lisanne in geuren en kleuren over haar avontuur. Dan begint mijn portofoon te sputteren met de mededeling dat de inbrekers zojuist op de snelweg zijn aangehouden. Lisanne en haar moeder beginnen te springen van geluk en ik spring gezellig mee.

Twee dagen later ga ik weer langs bij Lisanne en haar moeder. Van mijn chef heb ik twee cadeaubonnen meegekregen waarvan ik er één aan Lisanne geef. Daarna rijd ik naar de jongen die de achtervolging op de fiets had ingezet. Door het bellen met de centralist, weet ik wie hij is en waar hij woont. Ook hem overhandig ik een cadeaubon. Tegen de vader zeg ik dat zijn zoon een held is. Door zijn actie heeft hij twee vliegen in één klap geslagen. De achtergelaten voetafdruk, van een inbraak vier huizen verderop, komt overeen met de schoenzool van de aangehouden verdachte. Jonge mensen kunnen grote daden verrichten.

06/08/2026

‘Je zal maar die ene persoon zijn, die ligt te wachten onder het puin, terwijl je boven je van alles hoort. Al is het maar één persoon die ik kan redden, dat is mijn drive.’ Agent Hans twijfelt geen moment als hij een melding krijgt van een reddingsactie in Venezuela. In totaal gaan 12 politiemensen, namens USAR, richting het rampgebied. Daar zoeken zij dagenlang naar overlevenden.

‘Twee verwoestende aardbevingen, gebouwen zijn ingestort en er zijn heel veel slachtoffers. Ik krijg de melding op mijn telefoon, twijfel geen moment en ik geef door dat ik beschikbaar ben. Vanaf dat moment sta ik aan. Ik weet dat ik binnen twee uur op de afgesproken plek moet zijn en vanaf daar worden we naar het vliegtuig gebracht. Na een ramp zijn de eerste dagen het belangrijkst. Dan hebben we de meeste kans om overlevenden te vinden. Zo snel als ik kan pak ik mijn spullen en de spullen voor Myka, mijn hond.

Dan krijg ik te horen dat er geen vliegtuig beschikbaar is. We kunnen dus nog niet weg. Mijn lijf staat al compleet in de actiestand, dat ik nu moet wachten is frustrerend. Ik kan alleen maar denken aan de mensen die onder het puin liggen. Ik denk terug aan mijn inzet op de Tarwekamp, na de explosie. Toen ik die ravage zag, had ik niet verwacht dat iemand dat zou overleven. En tóch vonden we iemand die nog leefde. Aan die gedachte houd ik mij nu vast.

Gelukkig kunnen we de volgende ochtend vroeg vertrekken. Omdat er geen andere mogelijkheid is, vliegen we met een militair transporttoestel. Met zo’n 64 collega’s, onze honden en zestien ton aan materialen vliegen we richting Venezuela. Comfortabel is het niet, urenlang zitten we op klapstoeltjes tussen alle spullen.

Na 14 uur komen we aan. De bussen staan klaar om ons naar het rampgebied te brengen. Ik ben moe van de hele reis, dus ik zoek een plekje in het gangpad van de volgeladen bus. Daar ga ik liggen in de hoop nog wat rust te pakken. Als we aankomen wordt het buiten langzaam licht. Twee reddingsgroepen bouwen het kamp op, daar zullen we de komende dagen verblijven. Ik hoor bij de andere twee groepen, wij gaan meteen zoeken in een deel van het rampgebied.

Ik kijk om me heen en zie complete chaos. Er is enorm veel verkeer, als een mierennest gaat hier alles door elkaar. Ik zie mensen die zelf al met schepjes en hamers aan het graven zijn. Met alles wat ze nog over hebben, zoeken ze naar familieleden. Het is inmiddels 35 graden en ik draag een dik beschermend pak. Toch gaat alles langs me heen en ik focus mij op wat ik moet doen.

Samen met mijn hond klim ik over de ingestorte gebouwen. Ik let op het gedrag van Myka. Als ze iemand ruikt die in leven is, probeert ze daar zo dicht mogelijk bij te komen en dan begint ze te blaffen. Mijn collega doet dit vervolgens ook met zijn hond. Horen we weer geblaf, dan weten we zeker dat op die plek een overlevende ligt. Terwijl ik zoek, word ik aangeklampt door inwoners. Ze vertellen me dat ze weten waar een familielid ligt of roepen dat ze ergens onder het puin wat horen.

De eerste 36 uur slaap ik eigenlijk niet. Ik blijf zoeken, in de hoop een overlevende te vinden. Gebouwen van wel negen verdiepingen zijn ingestort. Wat overblijft is 15 tot 20 meter aan opgestapeld beton. De kans dat je dat overleeft, is niet groot. Maar je zal maar die ene persoon zijn die het wél overleeft. Die ligt te wachten in het donker onder het puin, terwijl je boven je van alles hoort. Al is het maar één persoon die ik kan redden, dat is mijn drive.

In de dagen die voorbijgaan zie ik het rampgebied veranderen. Langzaam komen de shovels en kranen om het puin op te ruimen. Tijdens het zoeken kan ik helaas alleen slecht nieuws aan de mensen brengen. Ik vertel ze dat we overal hebben gezocht, maar dat we in ons zoekgebied geen sporen van leven hebben gevonden. Het is verschrikkelijk om te moeten zeggen, maar toch pakken ze mijn hand. Ze bedanken ons voor wat we hebben gedaan.

In de laatste twee dagen proberen we zoveel mogelijk mensen te helpen. Ze kunnen zelf niet bij hun dierbaren komen, die soms diep onder het puin liggen. Wij hebben de materialen en zo kunnen ze toch nog afscheid nemen. En dan komt er een eind aan onze inzet. We komen met het hele team bij elkaar en praten over alles wat we hebben gezien en meegemaakt. Dat helpt mij om het los te laten. Soms vraag ik mij wel af hoelang ik dit nog blijf doen, maar als ze morgen bellen dan ga ik meteen weer. Natuurlijk.’

In totaal zijn er 14 overlevenden gered door de internationale reddingsteams.

05/08/2026

Dit jaar stond in het teken van WorldPride en Jan-Willem neemt jullie mee op de boot door Amsterdam. De politie staat midden in de samenleving en zoekt actief de verbinding met verschillende gemeenschappen. Momenten als Pride helpen om elkaar beter te begrijpen en vertrouwen op te bouwen.
Roze in Blauw is er voor de LHBTIQ+ gemeenschap.

Voor vragen, advies of aangifte:
📞 088 - 169 1234

Adres

Amsterdam Centrum

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Politie Nederland nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Organisatie

Stuur een bericht naar Politie Nederland:

Snelkoppelingen

Delen