06/08/2026
‘Je zal maar die ene persoon zijn, die ligt te wachten onder het puin, terwijl je boven je van alles hoort. Al is het maar één persoon die ik kan redden, dat is mijn drive.’ Agent Hans twijfelt geen moment als hij een melding krijgt van een reddingsactie in Venezuela. In totaal gaan 12 politiemensen, namens USAR, richting het rampgebied. Daar zoeken zij dagenlang naar overlevenden.
‘Twee verwoestende aardbevingen, gebouwen zijn ingestort en er zijn heel veel slachtoffers. Ik krijg de melding op mijn telefoon, twijfel geen moment en ik geef door dat ik beschikbaar ben. Vanaf dat moment sta ik aan. Ik weet dat ik binnen twee uur op de afgesproken plek moet zijn en vanaf daar worden we naar het vliegtuig gebracht. Na een ramp zijn de eerste dagen het belangrijkst. Dan hebben we de meeste kans om overlevenden te vinden. Zo snel als ik kan pak ik mijn spullen en de spullen voor Myka, mijn hond.
Dan krijg ik te horen dat er geen vliegtuig beschikbaar is. We kunnen dus nog niet weg. Mijn lijf staat al compleet in de actiestand, dat ik nu moet wachten is frustrerend. Ik kan alleen maar denken aan de mensen die onder het puin liggen. Ik denk terug aan mijn inzet op de Tarwekamp, na de explosie. Toen ik die ravage zag, had ik niet verwacht dat iemand dat zou overleven. En tóch vonden we iemand die nog leefde. Aan die gedachte houd ik mij nu vast.
Gelukkig kunnen we de volgende ochtend vroeg vertrekken. Omdat er geen andere mogelijkheid is, vliegen we met een militair transporttoestel. Met zo’n 64 collega’s, onze honden en zestien ton aan materialen vliegen we richting Venezuela. Comfortabel is het niet, urenlang zitten we op klapstoeltjes tussen alle spullen.
Na 14 uur komen we aan. De bussen staan klaar om ons naar het rampgebied te brengen. Ik ben moe van de hele reis, dus ik zoek een plekje in het gangpad van de volgeladen bus. Daar ga ik liggen in de hoop nog wat rust te pakken. Als we aankomen wordt het buiten langzaam licht. Twee reddingsgroepen bouwen het kamp op, daar zullen we de komende dagen verblijven. Ik hoor bij de andere twee groepen, wij gaan meteen zoeken in een deel van het rampgebied.
Ik kijk om me heen en zie complete chaos. Er is enorm veel verkeer, als een mierennest gaat hier alles door elkaar. Ik zie mensen die zelf al met schepjes en hamers aan het graven zijn. Met alles wat ze nog over hebben, zoeken ze naar familieleden. Het is inmiddels 35 graden en ik draag een dik beschermend pak. Toch gaat alles langs me heen en ik focus mij op wat ik moet doen.
Samen met mijn hond klim ik over de ingestorte gebouwen. Ik let op het gedrag van Myka. Als ze iemand ruikt die in leven is, probeert ze daar zo dicht mogelijk bij te komen en dan begint ze te blaffen. Mijn collega doet dit vervolgens ook met zijn hond. Horen we weer geblaf, dan weten we zeker dat op die plek een overlevende ligt. Terwijl ik zoek, word ik aangeklampt door inwoners. Ze vertellen me dat ze weten waar een familielid ligt of roepen dat ze ergens onder het puin wat horen.
De eerste 36 uur slaap ik eigenlijk niet. Ik blijf zoeken, in de hoop een overlevende te vinden. Gebouwen van wel negen verdiepingen zijn ingestort. Wat overblijft is 15 tot 20 meter aan opgestapeld beton. De kans dat je dat overleeft, is niet groot. Maar je zal maar die ene persoon zijn die het wél overleeft. Die ligt te wachten in het donker onder het puin, terwijl je boven je van alles hoort. Al is het maar één persoon die ik kan redden, dat is mijn drive.
In de dagen die voorbijgaan zie ik het rampgebied veranderen. Langzaam komen de shovels en kranen om het puin op te ruimen. Tijdens het zoeken kan ik helaas alleen slecht nieuws aan de mensen brengen. Ik vertel ze dat we overal hebben gezocht, maar dat we in ons zoekgebied geen sporen van leven hebben gevonden. Het is verschrikkelijk om te moeten zeggen, maar toch pakken ze mijn hand. Ze bedanken ons voor wat we hebben gedaan.
In de laatste twee dagen proberen we zoveel mogelijk mensen te helpen. Ze kunnen zelf niet bij hun dierbaren komen, die soms diep onder het puin liggen. Wij hebben de materialen en zo kunnen ze toch nog afscheid nemen. En dan komt er een eind aan onze inzet. We komen met het hele team bij elkaar en praten over alles wat we hebben gezien en meegemaakt. Dat helpt mij om het los te laten. Soms vraag ik mij wel af hoelang ik dit nog blijf doen, maar als ze morgen bellen dan ga ik meteen weer. Natuurlijk.’
In totaal zijn er 14 overlevenden gered door de internationale reddingsteams.