06/08/2026
BBB Waterschap Amstel, Gooi en Vecht wil een initiatiefnota opstellen voor extra waterberging. Daarvoor moeten we eerst kijken naar de mogelijkheden om binnen het beheergebied van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht polders of andere geschikte plekken mede te benutten voor waterberging. Wij willen graag gebruik maken van de aanwezige ambtelijke kennis en expertise. Dit moet op korte termijn kunnen.
De aanleiding is dat langere droge perioden steeds meer gevolgen hebben voor landbouw, natuur, waterkwaliteit, grondwater, industrie en de beschikbaarheid van zoet water. Tegelijkertijd wordt gezuiverd afvalwater na behandeling teruggebracht in het watersysteem en uiteindelijk grotendeels afgevoerd, het zogenaamde water naar de zee dragen.
Dit roept dan ook de vraag op of een deel van dit water, onder de juiste voorwaarden, tijdelijk kan worden opgeslagen, waar nodig aanvullend kan worden gezuiverd en vervolgens opnieuw kan worden benut.
De gedachte is nadrukkelijk niet om vooruit te lopen op een concrete locatie of direct een grootschalige investering voor te stellen. Het gaat in deze fase om het verkennen van de technische, hydrologische, ecologische, juridische en financiële mogelijkheden. Wij willen de ambtelijke organisatie daarom vragen om de volgende vragen en aandachtspunten nader te bezien.
1. Beschikbaarheid van water
• Welke hoeveelheden gezuiverd afvalwater komen binnen het beheergebied beschikbaar?
• Wat zijn de verschillen tussen zomer en winter?
• Welk deel van het gezuiverde water wordt momenteel teruggebracht in het regionale watersysteem en welk deel stroomt uiteindelijk richting zee?
• In hoeverre is dit water in droge perioden beschikbaar?
• Zijn er bestaande plannen of onderzoeken naar hergebruik van effluent binnen AGV, Waternet of andere betrokken organisaties?
2. Waterkwaliteit en aanvullende zuivering
• Welke kwaliteit heeft het gezuiverde water op de verschillende locaties?
• Welke stoffen of parameters vormen mogelijk een belemmering voor tijdelijke opslag of hergebruik?
• Welke aanvullende zuiveringsstappen zouden nodig zijn voor toepassingen als proceswater, koelwater, irrigatie of aanvulling van oppervlaktewater?
• Kan natuurlijke zuivering, bijvoorbeeld door middel van rietvelden, helofytenfilters of moeraszones, een aanvullende rol spelen?
• Welke risico’s bestaan er voor oppervlaktewater, grondwater, landbouw, natuur en volksgezondheid?
3. Waterberging en mogelijke locaties
• Welke polders, droogmakerijen, voormalige ontgrondingen, plassen of andere gebieden zouden vanuit waterstaatkundig perspectief geschikt kunnen zijn voor tijdelijke waterberging?
• Welke locaties liggen relatief gunstig ten opzichte van afvalwaterzuiveringsinstallaties, gemalen, hoofdwatergangen en potentiële gebruikers?
• Zijn er gebieden waar waterberging kan worden gecombineerd met droogtebestrijding, natuurontwikkeling, waterkwaliteit of het opvangen van piekbuien?
• Welke gevolgen zou waterberging hebben voor het bestaande peilbeheer?
• Welke gevolgen zijn te verwachten voor bodemdaling, kwel, verzilting en grondwaterstanden?
De eerdergenoemde gebieden in Amstelland, rond de Amstel en Bullewijk, het Vechtgebied en het plassengebied zouden daarbij uitsluitend als mogelijke zoekgebieden kunnen worden beschouwd. De ambtelijke organisatie kan uiteraard aangeven welke gebieden vanuit technisch of ecologisch oogpunt meer of minder kansrijk zijn.
4. Mogelijke toepassingen en vraag naar water
• Welke (industriële) bedrijven, instellingen of bedrijventerreinen binnen of nabij het beheergebied hebben behoefte aan proces- of koelwater?
• Voor welke toepassingen is drinkwaterkwaliteit niet noodzakelijk?
• Is er voldoende en structurele vraag om een regionale voorziening voor industriewater te rechtvaardigen?
• Zijn er mogelijkheden voor andere toepassingen, zoals landbouw, natuur, stedelijk groen of het aanvullen van oppervlaktewater?
• Welke kwaliteitseisen gelden per toepassing?
Hierbij kan het uitgangspunt worden gehanteerd: Gebruik water van de juiste kwaliteit voor het juiste doel.
5. Juridische en bestuurlijke aspecten
Graag ontvangen wij inzicht in:
• Juridische mogelijkheden en beperkingen voor het opslaan en hergebruiken van gezuiverd afvalwater;
• Relevante regelgeving op grond van de Omgevingswet en de Europese regelgeving;
• Benodigde vergunningen en toestemmingen;
• Verantwoordelijkheidsverdeling tussen het waterschap, gemeenten, provincie, Rijkswaterstaat, drinkwaterbedrijven en andere betrokken partijen;
• Mogelijke gevolgen voor de Kaderrichtlijn Water;
• Eventuele belemmeringen rond eigendom, grondgebruik en aansprakelijkheid.
6. Financiële haalbaarheid
Voor de verdere ontwikkeling is een zakelijke en transparante businesscase noodzakelijk.
Daarbij zouden onder andere de volgende aspecten moeten worden onderzocht:
• Investeringskosten voor waterberging;
• Subsidiemogelijkheden (EFRO etc.)
• Kosten van grondverwerving of gebruiksovereenkomsten;
• Kosten van gemalen, leidingen en aanvullende zuivering;
• Beheer- en onderhoudskosten;
• Kosten van monitoring en kwaliteitsbewaking;
• Mogelijke inkomsten uit levering van industriewater;
• Mogelijke besparingen door minder gebruik van drinkwater;
• Maatschappelijke baten door minder droogteschade en een robuuster watersysteem;
• Mogelijkheden voor cofinanciering door bedrijven, overheden en Europese of nationale programma’s.
Het zou daarbij behulpzaam zijn om ten minste drie scenario’s te vergelijken:
1. Voortzetting van de huidige situatie;
2. Waterberging zonder commerciële waterlevering;
3. Waterberging met aanvullende zuivering en levering aan industriële of andere gebruikers.
7. Organisatie en mogelijke vervolgstappen
Ik hoor graag of binnen de ambtelijke organisatie al kennis, onderzoeken, projecten of initiatieven bestaan die bij deze verkenning kunnen worden betrokken.
Daarnaast zou ik graag willen weten:
• Welke afdelingen of deskundigen hierbij betrokken zouden moeten worden;
• Welke externe partijen of kennisinstellingen relevant zijn;
• Of aansluiting mogelijk is bij bestaande programma’s op het gebied van droogte, klimaatadaptatie, waterbeschikbaarheid, circulariteit of hergebruik van effluent;
• Of een eerste ambtelijke quickscan mogelijk is;
• Welke doorlooptijd en capaciteit daarvoor redelijkerwijs nodig zijn.
Ons voorstel is om de verkenning gefaseerd aan te pakken:
Fase 1 – Quickscan
Inventarisatie van bestaande kennis, beschikbare waterstromen, mogelijke toepassingen, juridische randvoorwaarden en kansrijke locaties.
Fase 2 – Haalbaarheidsonderzoek
Nadere analyse van waterkwaliteit, hydrologie, ecologie, techniek, ruimtelijke inpassing en financiële haalbaarheid.
Fase 3 – Pilotvoorstel
Selectie van één kansrijke locatie en uitwerking van een kleinschalige pilot, inclusief businesscase, risicoanalyse en bestuurlijk besluitvoorstel.
Wij realiseren ons dat waterberging en hergebruik van gezuiverd water complexe vraagstukken zijn en dat niet iedere polder of toepassing geschikt zal zijn. Juist daarom lijkt een zorgvuldige, multidisciplinaire verkenning wenselijk.
De centrale vraag is wat ons betreft:
Willen wij binnen Amstel, Gooi en Vecht een deel van het gezuiverde water dat nu uiteindelijk wordt afgevoerd, onder veilige en verantwoorde voorwaarden tijdelijk opslaan en opnieuw benutten, zodat water niet alleen wordt afgevoerd maar ook beschikbaar blijft voor droge perioden en regionale gebruikers?