19/04/2026
#19 Mien Plek In Mestreech - Frank Steijns
—
Wat is jouw plek in Maastricht?
Wil je jouw verhaal delen? Doe mee en meld je aan via [email protected]
—
Na de lange en bloedige Tachtigjarige Oorlog, die in 1648 tot een einde kwam, bleef er in de Nederlanden een opmerkelijk overschot achter: stapels bronzen kanonnen, zwijgende getuigen van het strijdgeweld. Waar oorlog ooit klonk, zou straks muziek weerklinken. Bronsgieters zagen in dat kostbare metaal een nieuwe bestemming. Ze smolten de kanonnen om en goten er klokken van, klokken die niet langer oorlog aankondigden, maar vrede en samenklank.
In die tijd traden twee meesters naar voren die de wereld van het carillon voorgoed zouden veranderen: de gebroeders François en Pieter Hemony. Tussen 1640 en 1680 vervaardigden zij carillons van uitzonderlijke kwaliteit. Hun werk klonk in vele steden, en ook Maastricht mocht zich tot hun opdrachtgevers rekenen. De twee broers waren de eersten die het carillon niet enkel zagen als een verzameling klokken, maar als een volwaardig muziekinstrument. Hun klokken waren zuiver gestemd en harmonieus, een toonbeeld van vakmanschap waarmee zij stadstorens tot zingen brachten.
In de achttiende eeuw gaf Napoleon de functie van stadsbeiaardier een nieuwe wending en plaatste hij de rol van de klokken in de stad sterker onder centraal bestuur. Vóór de Franse tijd hoorde het bespelen van de beiaard vooral bij de stadsroutine of kerkelijke plechtigheden; onder het stadsbestuur kon de beiaardier ook speciale liederen spelen in opdracht van hen.
Als kleine jongen ging Frank Steijns met zijn vader Mathieu mee naar de toren van het stadhuis. Daar maakten de magie van het carillon, de machinerie en de klokken grote indruk op hem.
“Iech d**k nog aon de fiesteleke intoch vaan de mui luiklok ‘Grameer II’ vaan de Sint-Servaasbasiliek op ’t Vrijthof, boebij bisjop Gijsen vaan Remunj dees zaogende, same mèt twie nui luiklokke en vief carillonklokke. Miene pa späölde toen op ’t carillon en de lui oonder op ’t plein stoonte te applaudissere. Iech waor toen veertien jaor en voont ’t geweldig; miene pa waor d’n held vaan de stad,” zegt Frank en vanaf dat moment wist hij dat hij later in de voetsporen van zijn vader wilde treden.
In 1995 werd Frank benoemd tot adjunct-stadsbeiaardier van Maastricht, naast zijn vader Mathieu Steijns. Twee jaar later, in 1997, volgde hij zijn vader op als stadsbeiaardier van Maastricht.
Een van de bijzondere momenten voor Frank is de periode tijdens COVID. Wanneer hij ‘Always Look on the Bright Side of Life’ of ‘You’ll Never Walk Alone’ op het carillon in het stadhuis speelde, gingen de ramen van de huizen in de stad open. Mensen pakten hun instrumenten en speelden mee. De muziek bracht mensen in deze tijd van isolatie weer samen.
De muzikale passie van Frank is groot: als violist en pianist bij André Rieu en als stadsbeiaardier kent hij de uitersten in de muziek. Die diversiteit inspireert hem om arrangementen van hedendaagse muziek voor het carillon te maken. Zo speelde hij ‘Clocks’ van Coldplay samen met pianist Rob Mennen, en afgelopen maart speelde hij in Utrecht op het carillon Motörheads ‘Ace of Spades’.
Op de vraag waarom de muziek van het carillon zo belangrijk is, antwoordt Frank met verve: “Dat is de levesvlam vaan edere Nederlander. Dat is de viering vaan de vreej. De traditie moot weure doorgegeve. Dat is cultureel erfgood. En, iech bespeel ’t carillon neet, meh iech laot ’t stadhoes zinge.”