28/08/2026
In 1986 kreeg ik na 1 gammel kamertje aan de Spuistraat, 3 studenkamers op Rusland en de zolderkamer bij Jos aan de Govert Flinckstraat mijn 1e grote mensenwoning aan de Houtmankade. Ik was 25 en had dit huis aan het water met een tuin in het centrum van Amsterdam te danken aan de ECHO, een gratis weekkrant waarin onder 'Woning te huur' de advertentie stond. De eigenaar van het pand vond mijn br. o. nr. zó mooi, dat hij mij de woning gunde.
1986 was het jaar van Tsjernobyl, Stand by me, West End Girls het 1e 'dichtbije' familielid, mijn oma, overleed in september. Diezelfde maand zette ik mijn 1e echte horecaschreden ik in de Rum Runners, een allesbepalende stap zonder welke ik nooit Ap Halen zou zijn begonnen.
Gelukkig heb ik me in dat huis nooit thuisgevoeld en lukte het me 10 jaar later via een bij nader inzien niet eens noodzakelijk ingewikkelde constructie mijn ouders uit Venlo die woning in te krijgen. In Amsterdam maakten ze weer nieuwe vrienden, liepen ze heen naar de Albert Cuypmarkt en terug met boodschappen, frequenteerden Indische (of andere) eethuisjes en kwamen regelmatig bij de 6 ( van de 8 ) kinderen die in de buurt woonden, al dan niet met pa"s auto (die het nu na 30 jaar lijkt te hebben begeven).
40 jaar nadat ik en 30 jaar nadat zij er hun intrek in hebben genomen woont mama er nog, sinds 2009 in haar uppie.
Tegenwoordig komen wij, haar 7 kinderen, als kinderen aan huis: gemiddeld een per week, gemiddeld eens per week om gezellig bij haar te zijn en om de koelkast vrij te maken van alles wat iedereen heeft meegenomen, al dan niet zelf gemaakt. Haar geheugen werkt gelukkig nog uitstekend want ze weet precies wat er nog is en waar te vinden: van de nasi kuning voorin tot de bloemkoolschotel erachter, van wingko in dat blik tot börek in de vriezer en van de broodjes firkadel pan tot de appeltaart naast de appelbeignets in de broodtrommel.