Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg

Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg vrouwe van Steyn (Steyn, 1601 / Ham-sur-Heure, 1646).

Ik ben er nog!Even een misverstand uit de wereld helpen…Wat hoor ik daar? Mijn uitvaart?In mijn vorige bijdrage werd mij...
19/08/2026

Ik ben er nog!
Even een misverstand uit de wereld helpen…
Wat hoor ik daar? Mijn uitvaart?
In mijn vorige bijdrage werd mijn historische uitvaart uitvoerig beschreven, compleet met ooggetuigen, rouwstoet en al. Indrukwekkend, dat zeker. Maar ik kan U geruststellen: ik ben nog springlevend!

Zolang ik hier zelf nog rondloop, laat ik mij niet zomaar begraven.
Dus vergeet die kist, die rouwkoets en al dat zwart maar even. Ik ben Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg-Steyn, Vrouwe van Steyn, en ik heb U vandaag iets heel anders te vertellen;

Over mijn duiven…
Want geloof mij: die waren in mijn tijd heel wat belangrijker dan U misschien denkt.
U ziet ze misschien slechts als vogels die af en aan vliegen rond de torens en daken. Voor ons zijn ze veel meer dan dat. Op een kasteel houdt men nu eenmaal meer dieren dan alleen paarden en jachthonden zoals U ziet.

Op een adellijk huis als het mijne hebben duiven een nuttige taak. Wij houden ze voor het vlees. Vooral jonge duiven zijn geliefd op tafel. In een pastei, in een stoofpot of in de soep. Een deftige maaltijd kan heel goed met duif worden bereid. Maar het vlees is niet het enige.

Waar veel duiven zijn, is ook veel mest. En geloof mij: de mest van duiven is kostbaar. Onze landerijen hebben haar nodig. Zo leveren de vogels die hier boven Uw hoofd vliegen hun bijdrage aan het land waarop wij leven.

En dan is er nog iets. Het recht om een grote vlucht duiven te houden is niet iets wat iedere boer zomaar bezit. Het behoort tot de rechten die met een heerlijkheid verbonden kunnen zijn. Een heer of vrouwe van een heerlijkheid kan beschikken over rechten die gewone inwoners niet hebben.
Dat is de wereld waarin ik leef.

De duiventoren, is daarom meer dan een gebouw voor vogels. Hij laat zien dat hier een heer of vrouwe woont die over grond en heerlijke rechten beschikt. Overigens is een duiventil een veel kleiner onderkomen dan een duiventoren maar dit terzijde.

Maar misschien is er iets aan duiven dat nog veel wonderlijker is. Zij weten waar hun huis is.
Neem een duif mee naar een andere plaats en laat haar daar los, en zij zal proberen terug te keren naar haar vertrouwde hok. Dat maakt haar in tijden van oorlog bijzonder waardevol.
U moet weten dat wij in deze Nederlanden al vele jaren oorlog voeren. Wegen zijn niet altijd veilig. Een bode kan worden onderschept. Een paard kan worden tegengehouden. Een brief kan in verkeerde handen vallen.
Een duif vliegt....

Tijdens het beleg van Leiden, nog voordat ik geboren was, werden duiven gebruikt om berichten met de belegerde stad uit te wisselen. De gewone bodes konden de stad niet meer bereiken. De duiven van de familie Speelman bleken toen van grote waarde. Eén van die families zou later zelfs de naam Duivenbode dragen.
Zo ziet u maar: een kleine vogel kan soms een groot verschil maken.

Maar verwacht van mijn duiven geen dagelijkse postdienst. Daarvoor hebben wij boden, paarden en koeriers. Een duif is geen bode zoals een mens. Zij brengt geen brief naar wie U maar wilt.
Zij brengt zichzelf naar huis.
En precies daarin schuilt haar kracht.

Wanneer U dus straks een duif boven de oude muren van Steyn ziet vliegen, denk dan niet alleen aan een vogel.
Denk aan de tafel van een adellijk huis.
Aan de akkers waarop haar mest terechtkwam.
Aan het recht van de heer en vrouwe van Steyn.
En aan een wereld waarin een klein stukje papier, vastgebonden aan de p**t van een duif, soms de enige verbinding kon zijn tussen mensen die door oorlog van elkaar waren afgesneden.

Dat is het leven op Steyn.
Grootse zaken en kleine vogels.
Allebei onderdeel van mijn heerlijkheid.

Uw Gravinne Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg-Steyn
Vrouwe van Steyn

De begrafenis van gravin Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg-Steyn26 mei 1646: een verslag van een getuige:“Op ...
27/05/2026

De begrafenis van gravin Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg-Steyn

26 mei 1646: een verslag van een getuige:

“Op den eenentwintigsten dag van de maand mei des jaars ons Heeren 1646 is overleden den genadige hooggeboren Vrouwe, gravin Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg-Steyn, weduwe van Florens, markies en graaf van Merode, vrijheer van Pietersheim. Ik begaf mij op den zesentwintigsten dag reeds vroeg naar de collegiale kerk, alwaar men haar uitvaart hield. Gansch de stad scheen in rouw gehuld; de klokken luidden traag en zwaar sedert den dageraad, en aan vele huizen hingen zwarte lakens met de wapenen der familie.

Toen ik de kerk naderde, zag ik een lange stoet van koetsen, allen met zwart overtrokken, terwijl lakeien met brandende flambouwen ter zijde gingen, ofschoon het reeds dag was. Voor de poort stonden armen en wezen, aan wie brood en aalmoezen waren uitgedeeld opdat zij voor de ziel der overledene zouden bidden.

Binnen was het aangezicht der kerk geheel veranderd. Men had de pijlers behangen met zwart fluweel, bezaaid met zilveren doodshoofden en geschilderde kwartierwapens. Rond het hoog verheven castrum doloris brandden ontelbare wassen kaarsen, zodat de lucht zwaar werd van warmte en wierook. Het scheen alsof geen straal van gewoon daglicht nog doordrong, maar alles in een donkere, gouden schemering stond.

De kist rustte hoog verheven onder een baldakijn. Men zeide dat de vrouwe gekleed lag in hare weduwesluier, met een kruis tussen de handen. Op de baar lagen haar kroon en handschoenen, doch geen andere pracht, gelijk het een christelijke ziel betaamt die zich voor Gods oordeel gereedmaakt.

De geestelijkheid trad langzaam op, voorafgegaan door jongens met bellen en wierookvaten. Daarna volgden de paters der Sociëteit Jesu, de kanunniken en de bisschoppelijke dienaren. Men zong het Dies Irae, zo droevig en machtig dat menigeen begon te schreien nog voor de mis aanving.

Achter de baar gingen de verwanten volgens hun rang. De heren droegen lange zwarte mantels en hoeden met neerhangende veren; de dames waren geheel gesluierd zodat men hun gelaat nauwelijks onderscheiden kon. Sommigen werden ondersteund omdat zij van verdriet nauwelijks konden voortgaan.

Toen de celebrant de absolutiones uitsprak en het wijwater over de baar sprengde, hoorde men niets dan snikken, klokgelui en het slepend gezang der priesters. De geur van wierook mengde zich met die der smeltende was. Het was alsof de gehele kerk tussen hemel en graf hing.

Na afloop werd de kist neergelaten in de grafkelder harer familie. De herauten riepen luid haar titels en afkomst af, waarna men de wapenschilden omkeerde ten teken dat haar aardse waardigheid geëindigd was.

Doch hoewel allen spraken over de vergankelijkheid des levens, kon niemand ontkennen dat deze uitvaart een grote heerlijkheid vertoonde. Men zag daarin niet slechts het einde van een vrouw, maar van een gehele luister van haar huis.”

Dagboeknotities, april 1646.Florens, mijn lieve man. Hier ben ik weer. Anna Maria Sidonia, je weduwe. Ik schrijf wat lat...
27/04/2026

Dagboeknotities, april 1646.

Florens, mijn lieve man. Hier ben ik weer. Anna Maria Sidonia, je weduwe. Ik schrijf wat later dan gewoonlijk. Ik had het druk en het was laat gisteren. En ik was moe.

Onze 19-jarige en pas getrouwde zoon Ferdinand is weer terug van zijn rondrit langs al onze bezittingen. Hij heeft er honderduit over verteld. We hingen aan zijn lippen. Och Florens, wat had ik jou graag erbij gehad. Maar weldra zijn wij tweeën weer samen. Ik voel het aan alles. Lang heb ik niet meer te leven …..

Onze zoon Ferdinand heeft de smaak te pakken. Hij is nog maar net terug thuis of hij droomt al van een tocht naar onze bezittingen in de nieuwe Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Maar voorlopig blijft hij nog even hier en kan hij zich terug concentreren op zijn taken als markies en graaf. Hij moet het beheer van onze goederen en de belangen van onze graafschappen verdedigen. Het is nu relatief rustig rondom Westerlo, maar rond ons kasteel in Merode-Langerwehe is het nog vrij onrustig. Veel troepen trekken door ons gebied en het nabijgelegen stadje Düren lijdt nog steeds onder haar totale verwoesting in 1642. In Steyn voelt men ook nog steeds spanning, doordat na de inname van Maastricht door Frederik Hendrik in 1632 steeds meer omliggende gebieden in Staatse handen kwam. Het Maasgebied blijft een grensgebied tussen twee machten. Ook al zijn er onderhandelingen gaande, toch voelt het nog steeds dat we altijd op voet van oorlog staan. En wat mij vooral zorgen baart …., misschien wordt Ferdinand meegetrokken in de regionale conflicten. Al dat moorden en geweld. Hij is nog zo jong. Maar ik zie in zijn ogen jouw vastberadenheid …….. De appel valt niet ver van de boom.

Het is stil zonder jou in ons kasteel. Ik mis je.

Ondertussen is het zes zomers geleden dat jij ons hebt verlaten. Ik nodig nog zo af en toe dichters, kunstenaars of muzikanten uit. Zo probeer ik met schoonheid de donkere avonden zin te geven. Ik heb onlangs gesproken met de kunstschilder Jacob Jordaens, die na de dood van Peter Paul Rubens en Antoon van Dijck als de belangrijkste Antwerpse schilder wordt gezien. Hij maakt prachtige genrestukken en landschappen. Hij vertelde me dat hij vorig jaar van Amalia van Solms de opdracht heeft gekregen om schilderijen te maken voor de Oranjezaal van Huis ten Bosch.

Ons kasteel is nog altijd een bruisende plek, maar niet meer zoals toen jij er nog was. Zonder jou zal het nooit meer hetzelfde zijn.
Ik vraag me af …. Waar ben je nu?

Mijn lichaam is versleten, Florens. Het zal niet lang meer duren voor we samen zijn. Ik verlang ernaar om je terug te zien ….. maar ik ben zo bang voor de dood. Waar zien we elkaar terug, mijn lieve man? In de hemel? Ik voel mijn einde naderen.

We hebben samen zoveel moeite gestoken in onze nagedachtenis. Zal dat iets opleveren? Is Ferdinand voldoende opgewassen voor zijn taak? Krijgt hij voldoende steun van zijn broer Maximiliaan en van onze hofmeester Mangelschot? En hoe zal het gaan met onze allerkleinsten? Zullen onze nakomelingen onze bezittingen in stand kunnen houden? En zal men voor ons blijven bidden? Zullen de mensen die een paar honderd jaar na ons komen nog steeds weten wie wij zijn?

Jouw lieve vrouw,
Gravin Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg-Steyn.

Adres

Scharbergweg 1, Hoek Ondergenhousweg
Stein
6171GV

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen

Type