Jeugdzorgwaanzin.nl

Jeugdzorgwaanzin.nl Contactgegevens, kaart en routebeschrijving, contactformulier, openingstijden, diensten, beoordelingen, foto's, video's en aankondigingen van Jeugdzorgwaanzin.nl, Politieke organisatie, Utrecht.

09/01/2026

Deze track draag ik op aan de slachtoffers van de toeslagenaffaire en de falende jeugdzorg.
“The System Failed Me” is een deep-house track die persoonlijke pijn omzet in een krachtige emotionele anthem. Het vertelt het verhaal van mensen die vertrouwden op een systeem dat hen juist heeft laten vallen—gebroken achterlatend, terwijl onrecht en corruptie lijken te gedijen.

Met donkere, atmosferische productie, een hypnotiserende groove en emotioneel geladen vocalen, verenigt de track kwetsbaarheid met kracht. De hartverscheurende hook: “The system failed me” raakt een universeel gevoel van verraad en teleurstelling. Het is niet alleen club-ready, maar ook diep resonerend voor iedereen die zich door instituties verpletterd voelt.

Dit is meer dan een track—het is een stem voor hen die zijn gekwetst, een uitlaatklep voor frustratie en verdriet, en een herinnering dat de menselijke geest blijft vechten, zelfs als het systeem faalt.

“The System Failed Me” is opgedragen aan iedereen die slachtoffer is geworden van een systeem dat juist bescherming had ...
02/01/2026

“The System Failed Me” is opgedragen aan iedereen die slachtoffer is geworden van een systeem dat juist bescherming had moeten bieden — waaronder de slachtoffers van de , de en vele anderen die door falende instituties zijn geraakt.
Deze deep-house track vertaalt persoonlijke pijn naar een universeel verhaal van teleurstelling, strijd en veerkracht. Met donkere, sfeervolle productie, emotionele vocals en een hypnotiserende groove, is het een anthem voor wie stilletjes vecht, voor wie onzichtbaar werd gemaakt, en voor wie zijn of haar stem verdient.

“The System Failed Me” is meer dan muziek — het is een stem voor de kwetsbaren, een plek om woede, verdriet en kracht te voelen, en een herinnering dat de strijd voor rechtvaardigheid doorgaat.

🎵 Nu te beluisteren op SoundCloud
📅 Officiële release op Spotify, Deezer, Apple Music, iTunes en Amazon: donderdag 9 januari
💿 Pre-order beschikbaar via Apple Music en iTunes

Luister naar The System Failed Me van A. K. master of ceremony op

“The System Failed Me” is a deep-house track that turns personal pain into a powerful emotional anthem. It tells the story of someone who trusted a system meant to protect the vulnerable—but instead w

Het verkeerde verhaal op de voorgrond: "Belang van het kind”: het perfecte excuus om niet in te grijpenDoor:  Ata Kirat ...
19/11/2025

Het verkeerde verhaal op de voorgrond:
"Belang van het kind”: het perfecte excuus om niet in te grijpen

Door: Ata Kirat | 19 november 2025

De krantenkoppen van de afgelopen weken logen er niet om: vaders die, ondanks ernstige signalen van huiselijk geweld en coercive control, niet worden vervolgd omdat het Openbaar Ministerie of de rechter vreest dat een strafzaak “meer kwaad dan goed doet” voor de kinderen. Het is een verhaal dat woede oproept, vooral bij wie al langer wijst op de risico’s van eenzijdige focus op “geweld tegen vrouwen”. Maar precies dát is het probleem: zodra het debat verzandt in de vraag wie het grootste slachtoffer is – de ten onrechte beschuldigde man of de miskende vrouw – verdwijnt het échte schandaal uit beeld. En dat schandaal is niet gendergebonden, maar systemisch.

Achter de spectaculaire individuele zaken schuilt een structureel falen dat al jaren bekend is, maar dat we collectief blijven wegduwen: Veilig Thuis en de jeugdzorgketen zijn volstrekt ongeschikt om complexe scheidingen met elementen van intieme terreur adequaat te beoordelen. Wat begint als een melding van stalking, financiële uitbuiting, psychische druk of controle, wordt al snel weggezet als “vechtscheiding”, “hoog-conflictueus” of “oudervervreemding”. Daarmee belanden dader en slachtoffer in hetzelfde kader, worden risico’s gebagatelliseerd en blijft ingrijpen uit. Het kind, dat zogenaamd centraal staat, wordt juist dáárdoor blootgesteld aan blijvende onveiligheid.

Dit wordt nog versterkt door een tweede, even hardnekkige tekortkoming: coercive control – het systematisch kapotmaken van iemands autonomie – is in Nederland nog altijd niet strafbaar. Terwijl Engeland, Wales, Schotland, Ierland en zelfs Frankrijk dit al jaren wél hebben geregeld, blijft ons Wetboek van Strafrecht steken bij de fysieke klap. Pas als er een gebroken kaak of een blauw oog is, wordt het “ernstig genoeg”. Alles ervoor – de camera’s in huis, de GPS-tracker in de auto, de dreigementen via de kinderen, de isolatie van familie en vrienden – blijft juridisch onzichtbaar. Het gevolg? Het OM seponeert zaken bij bosjes, rechters beroepen zich op “het belang van het kind” om niet te hoeven ingrijpen, en slachtoffers (vrouwen èn mannen) blijven met lege handen achter.

Dat “belang van het kind” is inmiddels een cynische mantra geworden. Want kinderen zijn niet gebaat bij ouders die jarenlang worden geterroriseerd, bij een systeem dat wegkijkt uit angst voor “escalatie”, of bij instellingen die geen flauw benul hebben van de dynamiek van intieme terreur. Ze zijn gebaat bij snelle, heldere en deskundige interventie – precies datgene wat nu ontbreekt.

Het debat moet dus radicaal verschuiven. Weg van de loopgravenoorlog “mannen versus vrouwen”, weg van de verhitte discussie wie er het meest wordt benadeeld. De vraag is niet of mannen soms onterecht worden geviseerd of dat geweld tegen vrouwen structureel wordt geminimaliseerd – beide kunnen waar zijn. De vraag is waarom ons systeem nog steeds blind is voor een vorm van geweld die in andere landen allang wordt erkend en aangepakt.

Wat nodig is, is geen nieuwe ronde in de genderstrijd, maar een keiharde institutionele hervorming:

- Strafbaarstelling van coercive control, zonder verder uitstel. Geen pilot meer, geen “verkenning”; gewoon doen, zoals de buurlanden al jaren laten zien dat het kán.
- Een grondige opschoning van Veilig Thuis en jeugdzorg: gespecialiseerde teams voor complexe scheidingen, verplichte training in de dynamiek van intieme terreur, en een strikte scheiding tussen beschermingsbelang en strafrechtelijke afwegingen.
- Transparantie over artikel 12-zaken en seponeringen, zodat we eindelijk kunnen zien hoe vaak “het belang van het kind” wordt misbruikt als excuus voor niet-ingrijpen.

Zolang deze stappen uitblijven, blijven we verhalen vertellen over de verkeerde hoofdrolspelers. De echte hoofdpersoon is niet de man of de vrouw, maar een falend systeem dat al jaren wegkijkt terwijl kinderen opgroeien in angst en onveiligheid. Het is tijd dat we dát verhaal eindelijk op de voorgrond plaatsen.

De auteur is vader, ervaringsdeskundige en procesexpert. Hij werkte geheel belangeloos mee aan de werkgroep onder leiding van prinses Laurentien van Oranje, onder auspiciën van de Number 5 Foundation in Den Haag, die onderzoek deed naar structurele misstanden binnen de jeugdzorg en jeugdbescherming.
















Het systeem als dader: de structurele perversie van de Nederlandse jeugdbeschermingDoor: Ata Kirat | 18 november 2025Er ...
18/11/2025

Het systeem als dader: de structurele perversie van de Nederlandse jeugdbescherming

Door: Ata Kirat | 18 november 2025

Er is een moment waarop de herhaling van gruwelen niet langer als incident kan worden afgedaan, maar als bewijs van een diepere, systemische pathologie. Vandaag is zo’n moment. Na het Vlaardingse pleegmeisje – vastgeketend, ondervoed, met hersenletsel en botbreuken – dient zich een nieuwe zaak aan die niet alleen dezelfde instelling betreft, maar ook hetzelfde patroon van institutionele blindheid blootlegt. Twee kinderen, een jongen van 10 en een meisje van 9, drie jaar lang stelselmatig geslagen, aan oren getrokken, gebeten door een hond die daartoe werd aangemoedigd, vernederd, verwaarloosd en ingezet voor ontoelaatbare kinderarbeid op een boerderij-gezinshuis. Onder voogdij van de William Schrikker Stichting – dezelfde organisatie die in Vlaardingen faalde en door de inspectie werd gehekeld wegens ernstig tekortschieten.

Dit is geen ongeluk. Dit is geen ‘incident’. Dit is de logische uitkomst van een stelsel dat zichzelf heeft omgebouwd tot een gesloten circuit van papieren controle, onderlinge dekking en institutionele zelfbescherming.

De feiten zijn glashelder en huiveringwekkend consistent. De kinderen werden drie jaar geleden uit huis geplaatst – een ingreep die bedoeld is om hen te beschermen – en belandden op een boerderij waar de mishandeling al na een maand begon. Ze kregen klappen met vuist en vlakke hand, oorvijgen, werden gebeten door de hond van het gezinshuis („de hond mocht ons bijten”, verklaarden ze tegenover de kinderrechter), mochten geen huisarts bezoeken, moesten dode dieren opruimen, stallen uitmesten en werken alsof ze onbetaalde arbeidskrachten waren. Signalen stapelden zich op: onverzorgd uiterlijk, niet-passende kleding, vettig haar, littekens, onbehandelde wonden, waarschuwingen van de biologische vader. Al langer bestonden er twijfels over de pedagogische vaardigheden van de gezinshuisouders. En toch gebeurde er niets. Pas toen een schoolhoofd een open bijtwond ontdekte, werd ingegrepen.

De William Schrikker Stichting reageert met de obligate schok en belooft aangifte en melding bij de inspectie – alsof dat de zaak oplost. Maar de vraag die niemand durft te stellen, blijft hangen: hoe kan een organisatie die na Vlaardingen zei „lessen te hebben getrokken”, exact hetzelfde patroon herhalen? Het antwoord is pijnlijk eenvoudig: omdat het stelsel niet is ontworpen om kinderen te beschermen, maar om zichzelf in stand te houden.

De jeugdbescherming is verworden tot een bureaucratisch perpetuum mobile waarin protocollen, overlegtafels, visitaties en meldpunten fungeren als rituele dansen die de illusie van controle moeten wekken. In werkelijkheid vormen ze een ondoordringbaar pantser waarachter verantwoordelijkheid vervliegt. Organisaties controleren elkaar, maar niemand wordt aansprakelijk gesteld. Klokkenluiders worden monddood gemaakt of weggepromoveerd. Kinderen verdwijnen tussen de raderen van een keten die te versnipperd is om te handelen en te log om te corrigeren. Het systeem praat zichzelf een vals gevoel van veiligheid aan: „Er is een protocol, dus het is in orde.” Terwijl de realiteit schreeuwt dat het systeem zelf de grootste risicofactor is geworden.

Dit is geen kwestie van capaciteitstekort of geld of personeel – al speelt dat mee. Dit is een structurele perversie: een stelsel dat kinderen uit huis haalt om ze ‘veilig’ te stellen, maar ze vervolgens plaatst in omgevingen die vaak gevaarlijker zijn dan het originele gezin. Een stelsel dat professionals opsluit in een web van bureaucratie waarin het ‘niet-pluisgevoel’ wordt weggeredeneerd ten gunste van de papieren werkelijkheid. Waarin de stem van het kind systematisch wordt genegeerd omdat die niet past in het dossier.

De politieke reflex is voorspelbaar: verontwaardiging in de Kamer, een spoeddebat, een onderzoekscommissie die over een jaar met aanbevelingen komt die in een la belanden. Maar zolang de kern niet wordt aangepakt – het chronische onvermogen om kwetsbare kinderen werkelijk veilig te plaatsen en te houden – zal dit zich blijven herhalen. Elke nieuwe zaak is geen verrassing, maar een bevestiging. Het vertrouwen is al lang weg: bij ouders, bij pleeggezinnen, bij scholen, bij professionals, en bovenal bij de kinderen die het betreft.

We staan niet meer aan de rand van de afgrond; we zijn er allang ingetuimeld. De vraag is niet of er nog meer zaken bovenkomen – die komen er. De vraag is hoeveel kinderen er nog onder de oppervlakte verborgen blijven, terwijl het systeem doorgaat met zijn dodelijke zelfbedrog.

De jeugdbescherming heeft geen kosmetische ingreep meer nodig, geen extra geld of extra protocollen. Ze heeft een radicale herfundering nodig: openbreken, responsabiliseren, decentraliseren waar mogelijk, en bovenal: durven toegeven dat de grootste onveiligheid niet thuis zit, maar in de instituties die prétenderen te beschermen. Zolang dat niet geb***t, blijft het systeem zelf de dader. En blijven kinderen de prijs betalen.

De auteur is vader, ervaringsdeskundige en procesexpert. Hij werkte geheel belangeloos mee aan de werkgroep onder leiding van prinses Laurentien van Oranje, onder auspiciën van de Number 5 Foundation in Den Haag, die onderzoek deed naar structurele misstanden binnen de jeugdzorg en jeugdbescherming.












Analyse en reconstructie: Hoe het Vlaardingse drama kon gebeurenDoor: Ata Kirat | 16 november 20251. De keten van falen:...
17/11/2025

Analyse en reconstructie: Hoe het Vlaardingse drama kon gebeuren

Door: Ata Kirat | 16 november 2025

1. De keten van falen: een reconstructie

De tragedie rond het Vlaardingse pleegmeisje was geen geïsoleerd incident, maar het gevolg van jarenlange structurele fouten. De pleegouders werden goedgekeurd ondanks duidelijke contra-indicaties:

- De pleegvader had een strafblad.

- Het gezin had problematische schulden.

- Er waren eerdere meldingen van mishandeling bij andere kinderen.

Toch werd het meisje daar geplaatst. Zowel de William Schrikker Stichting (WSS) als Enver negeerden of bagatelliseerden signalen van risico’s. Meldingen over schoolverzuim, blauwe plekken en angstig gedrag leidden niet tot actie. Ook de waarschuwingen van de biologische moeder werden afgedaan als “problematisch” of “niet constructief” — een kwalificatie die vaker wordt gebruikt om melders te diskwalificeren.

De inspectie constateert dat er geen regie was, dat dossiers onvolledig en eenzijdig waren, en dat niemand verantwoordelijkheid nam. Daardoor ontstond een ramp in slow motion, waarin elk signaal dat tot ingrijpen had kunnen leiden werd gemist, genegeerd of administratief afgezwakt.

2. GIGO in de jeugdzorg: verkeerde informatie, verkeerde beslissingen

Het principe garbage in, garbage out is hier schrijnend zichtbaar. De kwaliteit van besluiten in de jeugdzorg staat of valt met de kwaliteit van de informatie in dossiers. Als die informatie onvolledig, gekleurd of verdraaid is, worden automatisch verkeerde keuzes gemaakt.

In deze zaak speelde dat mechanisme op volle kracht:

- Negatieve signalen over de pleegouders werden geminimaliseerd of verwijderd.

- De biologische moeder werd neergezet als onbetrouwbaar en moeilijk.

- Alternatieven, zoals plaatsing binnen de familie, werden niet onderzocht.

Op papier leek het gezin daarmee “geschikt”, terwijl het in werkelijkheid een onveilige omgeving was. Dit patroon is niet nieuw: eerdere onderzoeken, zoals die van de commissie-Samson, laten zien hoe dossiers regelmatig worden “opgeschoond” om beleid of plaatsingen te rechtvaardigen.

3. De toezichtparadox: wie controleert de controleurs?

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) concludeert dat instellingen tekortschoten, maar reflecteert zelden op haar eigen rol. Dat is de kern van de toezichtparadox:

De IGJ moet toezien op kwaliteit en naleving,

- maar heeft weinig doorzettingsmacht en beperkte capaciteit,

- en beoordeelt signalen vooral via administratieve toetsen.

Hierdoor ontstaat een illusie van controle: protocollen en audits suggereren toezicht, maar in de praktijk wordt slechts steekproefsgewijs en vaak pas na incidenten gecontroleerd. Ernstige tekortkomingen leiden zelden tot structurele of persoonlijke consequenties. Falen blijft daarmee risicoloos.

3A. De keten zonder feitenonderzoek: aannames die als feiten gaan functioneren

Een nog fundamenteler probleem in de jeugdzorgketen is dat de belangrijkste betrokken organisaties — Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming, de rechtbank en de pleegzorgaanbieders — elkaars ketenpartners zijn, maar zelf geen onafhankelijk feitenonderzoek uitvoeren.

In plaats van vaststelling van feiten werken deze organisaties vaak met:

- signalen en interpretaties,

- overgenomen conclusies uit eerdere dossiers,

- risicotaxaties die sterk afhankelijk zijn van subjectieve duiding,

- informatie die door andere ketenpartners al is gefilterd of gekleurd.

Deze aannames worden vervolgens door de volgende schakel in de keten gebruikt alsof het vaststaande feiten zijn. Zo ontstaat een circulaire informatieketen waarin elke partij de informatie van de vorige bevestigt. De rechtbank vertrouwt daarbij in hoge mate op professionele rapportages die op hun b***t grotendeels leunen op dezelfde, niet-verifieerbare bronnen.

Het gevolg is een gesloten systeem waarin:

1. Veilig Thuis signalen interpreteert, maar geen diepgravend feitenonderzoek doet.

2. De Raad voor de Kinderbescherming deze interpretaties als uitgangspunt neemt.

3. Jeugdbescherming voortbouwt op deze oordelen.

4. Pleegzorgaanbieders hun handelen baseren op dezelfde dossiers.

5. De rechtbank beslissingen neemt op basis van informatie die nooit onafhankelijk is getoetst.

In zo’n keten kan een aanvankelijke misinterpretatie zich ongecorrigeerd door het hele systeem verspreiden en uiteindelijk beslissingen legitimeren die diep ingrijpen in het leven van kinderen en ouders.

Hierdoor ontstaat een situatie die in het strafrecht ondenkbaar zou zijn. Want stel dat het strafrecht op dezelfde manier zou functioneren — zonder onafhankelijk feitenonderzoek, zonder toetsing, zonder waarheidsvinding. Dan zouden er, hypothetisch gesproken, duizenden onschuldige mensen onterecht worden veroordeeld. Het geeft aan hoe riskant het is dat in de jeugdzorgketen beslissingen met levenslange impact kunnen worden genomen zonder een stevig fundament van verifieerbare feiten.

Dit inzicht is essentieel om te begrijpen hoe het Vlaardingse drama kon gebeuren: het systeem werkt met aannames, niet met waarheid.

4. De cultuur van wegkijken en afschuiven

De diepste oorzaak van het falen ligt in de cultuur van de jeugdzorgketen. De verantwoordelijkheden zijn versnipperd:

- Gemeenten, instellingen, inspectie, rechtbanken en ministeries werken langs elkaar heen.

- Iedereen is een beetje verantwoordelijk, niemand volledig.

- Angst, bureaucratische druk en werkoverlast leiden tot besluiteloosheid.

Dit creëert een dodelijke combinatie: onvoldoende kennis, geen regie en een voorkeur voor administratieve rust boven daadwerkelijke veiligheid van kinderen.

Professionals kampen bovendien met hoge caseloads, personeelskrapte en complexe regelgeving. Wanneer er fouten worden gemaakt, is de reflex vaak defensief: “het stond niet in het dossier”, “we hadden geen mandaat”, “de gemeente was verantwoordelijk”.

5. De financiële dimensie: falend systeem, stijgende kosten

Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015 stegen de kosten van 3,6 miljard naar ruim 6 miljard euro per jaar. Toch is de kwaliteit niet verbeterd. Gemeenten komen financieel in de knel, instellingen kampen met personeelsproblemen, en kinderen wachten steeds langer op hulp.

De paradox is pijnlijk: meer geld levert geen betere zorg op, omdat het systeem verkeerd is ingericht. De financiële prikkels liggen bij het behouden van dossiers en contracten, niet bij duurzame oplossingen. In een bedrijf zou zo’n rendement tot faillissement leiden; in de jeugdzorg leidt het tot extra subsidies.

6. Conclusie: een systeem dat zichzelf in stand houdt

Het Vlaardingse drama is het resultaat van een zelfversterkende cyclus van institutioneel falen:

1. Slechte informatie → verkeerde plaatsingen (GIGO)

2. Geen regie → signalen blijven liggen

3. Geen effectief toezicht → falen is consequentieloos

4. Een keten zonder feitenonderzoek → aannames worden beleid

5. Versplinterde verantwoordelijkheid → niemand voelt eigenaarschap

6. Perverse financiële prikkels → systemische verandering blijft uit

Zo ontstaat een jeugdzorgsysteem dat zichzelf beschermt, in plaats van kinderen.

Zonder onafhankelijk onderzoek naar álle pre-plaatsingsbeslissingen — inclusief inspectierapporten, dossiersamenstelling en besluitvormingsprocedures — zal dit patroon zich herhalen. De dood of mishandeling van dit meisje is daarmee geen uitzondering, maar een symptoom van een systeem dat structureel faalt. Zolang garbage in de norm is, blijft garbage out het resultaat — met kinderen als de onvermijdelijke slachtoffers.

De auteur is vader, ervaringsdeskundige en procesexpert. Hij werkte geheel belangeloos mee aan de werkgroep onder leiding van prinses Laurentien van Oranje, onder auspiciën van de Number 5 Foundation in Den Haag, die onderzoek deed naar structurele misstanden binnen de jeugdzorg en jeugdbescherming.

In plaats van een kritisch rapport over de structurele misstanden in de jeugdzorg en jeugdbescherming kwam er onverwachts berichtgeving naar buiten over vermeend grensoverschrijdend gedrag van de Prinses.

Toeval bestaat simpelweg niet.












De bittere ironie: een ‘beschermend’ systeem dat kinderen én ouders vermorzeltDoor: Ata Kirat | 11 november 2025Stel je ...
11/11/2025

De bittere ironie: een ‘beschermend’ systeem dat kinderen én ouders vermorzelt

Door: Ata Kirat | 11 november 2025

Stel je voor: pleegouders die een kind mishandelen krijgen een eerlijk strafproces met advocaten, bewijs en rechterlijke toetsing. De biologische moeder? Die verliest haar kind op basis van een rommelig dossier vol subjectieve aannames en weggelaten feiten – zonder hoor, zonder wederhoor, zonder kans. Dit is de Nederlandse jeugdzorg: een kansspel waarin Garbage In, Garbage Out (GIGO) geen waarschuwing meer is, maar de harde realiteit.

Het GIGO-effect: rommel erin, ramp eruit

GIGO – Garbage In, Garbage Out – betekent: slechte data in = slechte beslissingen uit. In de jeugdzorg leidt dit tot fatale beslissingen op basis van onvolledige, gekleurde of gemanipuleerde dossiers. Gevolg: kinderen uit huis, ouders kapot, levens verwoest.

Sinds de decentralisatie in 2015 zijn gemeenten formeel verantwoordelijk. Zonder landelijke standaarden, zonder controle en zonder audits bepaalt de zwakste schakel – de jeugdbeschermer – vaak alles. Rapportages gaan door naar de RvdK, gedragswetenschapper, rechter en pleegzorg. Eén subjectieve zin kan een kind weghalen. Eén weggelaten detail kan een gezin breken.

Oorzaken: chaos aan de basis

Subjectiviteit: Een blauwe plek kan worden geïnterpreteerd als verwaarlozing of een ongelukje, afhankelijk van wie het noteert. De Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) is wetenschappelijk bewezen inconsistent.

Werkdruk: Gemiddeld 15–20 zaken per jeugdbeschermer. Geen tijd voor diepgaand onderzoek. Belastende info wordt opgeblazen, positieve info weggelaten. Geen verplichte second opinion.

Decentralisatie: Elke gemeente hanteert eigen systemen, budgetten en beleid. Data is niet vergelijkbaar. Wat in Amsterdam ‘risico’ is, is in Groningen ‘normaal’.

Gebrek aan controle: Geen uniforme risicotaxatie of dossierchecks. Willekeur is standaard.

Praktijkvoorbeelden: falen in beeld

Vlaardingen (2024–2025): Signalen van mishandeling werden genegeerd of niet geregistreerd. Kind bleef in gevaar.

Toeslagenaffaire: Duizenden kinderen werden onterecht uit huis geplaatst door foute aannames en slechte data.

Brabantse Zwartboeken: Ouders melden dat dossiers bewust gemanipuleerd werden; positieve info weggelaten, negatieve info opgeblazen om uithuisplaatsing te forceren.

Zaanstad (2014): Voorspellingen van geweld faalden door slechte datakwaliteit. Dashboards bleken onbetrouwbaar.

De kern van de ironie: Vlaardingen ontmaskerd

Biologische moeder: geen eerlijk proces. Dossier vol subjectieve informatie. Geen toetsing. Kind weg.

Pleegouders (verdacht van mishandeling): wel strafproces. Hoor en wederhoor, bewijs, rechter.

> In jeugdzorg verlies je je kind op basis van een rommelig dossier. In strafrecht word je beschermd tegen precies dat.

Geen waarheidsvinding aan de voorkant. Alleen formaliteiten aan de achterkant. Ouders worden behandeld als verdachten – zonder rechten.

Gevolgen: trauma, ongelijkheid, foute prikkels

46.000 uithuisplaatsingen per jaar

66.000 meldingen bij Veilig Thuis

Kinderen: trauma, hechtingsschade, soms dodelijk (bijv. Sharleyne Touw, Baby Efe)

Ouders: intimidatie, familiebreuk, jarenlange procedures

Systeem: stijgende kosten, dalende kwaliteit, groeiende ongelijkheid

Verdienmodel: langere plaatsingen = meer subsidie

Oplossingen: geen excuses, actie

1. Controle invoeren: verplichte second opinion, uniforme protocollen, onafhankelijke audits

2. Basis versterken: max. 10 zaken per jeugdbeschermer, training in objectieve rapportage

3. Nationale regie: één standaard via Hervormingsagenda Jeugd; cliënten meekijken in hun dossier

4. Parlementaire enquête: bloot willekeur, falend toezicht en financiële prikkels

Conclusie: stop het kansspel

Zolang de input slecht is, blijft de output onrechtvaardig.
Vlaardingen bewijst: het systeem beschermt mishandelaars beter dan ouders.
GIGO maakt van jeugdzorg een loterij – en de verliezers zijn altijd de kinderen en hun families.

Alleen met harde datacontrole, transparantie en echte waarheidsvinding kan de jeugdzorg stoppen met falen.

Bronnen

1. Commissie De Winter (2019)

2. GGD Amsterdam (2015) – ZRM-evaluatie

3. Van Zoonen, L. (2022) – Datagestuurd werken

4. IGJ (2023) – Staat van de Jeugdzorg

5. NRC (2024) – Pleegzorg faalde in Vlaardingen

6. NOS (2025) – Misstanden Vlaardingen

7. Tweede Kamer (2024) – Toeslagen & uithuisplaatsingen

8. RTL Nieuws (2023) – Brabantse Zwartboeken

9. Van Zoonen, L. (2023) – SHARED Data Commons

10. Westerveld, L. (2025) – Pleidooi enquête jeugdzorg

Jeugdzorg in het gedwongen kader: een overgesubsidieerd systeem met maffiose trekjesDoor: Ata Kirat | 9 november 2025De ...
09/11/2025

Jeugdzorg in het gedwongen kader: een overgesubsidieerd systeem met maffiose trekjes

Door: Ata Kirat | 9 november 2025

De jeugdzorg moet kwetsbare kinderen beschermen, maar achter dat nobele doel schuilt een gesloten bolwerk waar macht, dwang en gebrek aan verantwoording de toon zetten. In het gedwongen kader van de jeugdbescherming zien we patronen die doen denken aan maffiose structuren: intimidatie, onderlinge bescherming en financiële drukmiddelen tegen ouders die durven tegenspreken.
Het Vlaardingse pleegmeisje is geen incident, maar een pijnlijke illustratie van systemisch falen. Tijd voor fundamentele hervormingen — want elk kind dat slachtoffer wordt van dit systeem, is er één te veel.

De Nederlandse jeugdzorg, bedoeld als schild voor kwetsbare kinderen, onthult zich steeds vaker als een ondoordringbaar fort waar machtsmisbruik en systemisch falen de norm zijn. In het gedwongen kader van de jeugdzorg – de jeugdbescherming – zwaaien instanties als de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), jeugdbeschermingsorganisaties en pleegzorginstellingen de scepter. Daar lijken praktijken te heersen met maffiose trekjes: ondoorzichtige beslissingen, onderlinge protectie en een schrijnend gebrek aan verantwoording.

Het trieste verhaal van het Vlaardingse pleegmeisje, dat onlangs centraal stond in een strafzaak tegen haar pleegouders, illustreert dit pijnlijk. Slechts één dag na de inhoudelijke behandeling verschenen al berichten die de situatie downplayen, met lauwe excuses van betrokken instanties als William Schrikker en Enver. Ze boden hun verontschuldigingen aan en gingen over tot de orde van de dag, alsof er geen levens verwoest waren. Dit is geen incident, maar een symptoom van een structureel falend systeem.

Het begint allemaal met goede bedoelingen. Zoals ik eerder schreef: “De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen.” De jeugdzorg heeft een nobele missie – kinderen beschermen tegen onveilige situaties – maar in de praktijk leidt dat tot een keten van rampzalige beslissingen. Garbage in, garbage out: gebrekkige informatie, geen feitenonderzoek, aannames en verkeerde interpretaties stapelen zich op. Het resultaat: kinderen zoals het Vlaardingse meisje belanden in nóg gevaarlijkere omgevingen.

De biologische moeder werd buitengesloten, haar zorgen afgedaan als irrelevant, terwijl pleegouders met een dubieus verleden groen licht kregen. Elke schakel in de keten – van raadsonderzoekers tot rechters – beroept zich op regels en protocollen, maar cumulatief ontstaat een tragedie. Het systeem mist controlemechanismen om fouten op te vangen. Dat is geen toeval, maar ontwerp.

Wat dit alles nog erger maakt, is de concentratie van macht bij instanties, terwijl ouders volledig buitenspel staan. Ouders, vaak het diepst gemotiveerd om hun kind te beschermen, worden behandeld als verdachten in een proces waarin zij geen stem hebben. Wie kritiek uit, klachten indient of alternatieven aandraagt, loopt het risico een schriftelijke aanwijzing en zelfs een dwangsom van duizenden euro’s opgelegd te krijgen. Deze financiële straffen worden gebruikt als drukmiddel om gehoorzaamheid af te dwingen.

Klachten indienen bij de instantie zelf? Dat wordt al snel geframed als “niet willen meewerken” – een tactiek die verdacht veel lijkt op intimidatiepraktijken uit de onderwereld. Externe klachten bij het SKJ (Stichting Kwaliteitsregister Jeugd) bieden evenmin soelaas: zelfs als een klacht gegrond wordt verklaard, verandert er zelden iets aan de kern van de zaak. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) weigert in te gaan op individuele casuïstiek, en aangiften bij de politie worden vaak niet eens opgenomen. Het Openbaar Ministerie (OM) ziet geen reden tot vervolging. Ouders zijn overgeleverd aan de grillen van de jeugdbescherming en, zoals ik het noem, aan de goden.

En de machtsmiddelen reiken nog verder. De jeugdbescherming, als onderdeel van de jeugdzorg, procedeert niet alleen op kosten van de Nederlandse staat – en dus van u als belastingbetaler – maar schakelt ook incassobureaus en gerechtsdeurwaarders in om dwangsommen te innen en beslag te leggen op bezittingen van ouders. Dit creëert een vicieuze cirkel van financiële druk en angst, waarbij ouders niet alleen hun kinderen kwijtraken, maar ook hun middelen om het onrecht aan te vechten.

In geen ander domein heerst zulke wetteloosheid en onschendbaarheid als hier. Deze organisaties hebben bovendien nauwe banden met de lokale én landelijke politiek, wat onafhankelijke controle en hervormingen blokkeert. Het is een gesloten circuit waar accountability ontbreekt en machthebbers elkaar de hand boven het hoofd houden – praktijken met maffiose trekjes en rugdekking van oud-politici die zitting nemen in raden van advies.

Dan zijn er nog de schendingen van fundamentele rechten. Het belang van het kind is een vaag, subjectief begrip dat openstaat voor willekeurige interpretaties. Veiligheid voor de één, emotioneel welzijn voor de ander – het resultaat is dat formele waarborgen zoals artikel 3.3 van de Jeugdwet (waarheidsgetrouwe rapportages) en artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (eerlijk feitenonderzoek) op papier staan, maar in de praktijk genegeerd worden. Systematisch worden ook artikelen 6 en 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) – het recht op een eerlijk proces en respect voor gezinsleven – geschonden.

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, dat participatie van kinderen en ouders benadrukt, wordt met voeten getreden. In dossiers als dat van het Vlaardingse meisje zien we hoe ketenpartners elkaar bevestigen zonder kritische toetsing – een gebrek aan zelfreflectie dat het systeem beschermt, maar kinderen kwetsbaar laat.

De menselijke tol is hartverscheurend. Achter elk dossier schuilt een kind dat liefde en stabiliteit verdient, maar trauma en onzekerheid krijgt. Miljarden euro’s aan belastinggeld worden geïnvesteerd in een systeem dat zichzelf in stand houdt, maar faalt in zijn kernopdracht. De excuses van William Schrikker en Enver na de strafzaak? Holle frasen die de structurele problemen verhullen. Ze bagatelliseren de ernst, alsof het om een geïsoleerd geval gaat, terwijl patronen van machtsmisbruik en gebrek aan transparantie zich blijven herhalen.

Fundamentele hervormingen zijn dringend nodig: een heldere procesarchitectuur met gescheiden verantwoordelijkheden en onafhankelijke controles; betrouwbare input zonder aannames; transparantie en feedbackloops om fouten vroegtijdig te corrigeren; en een lerend systeem dat reflecteert in plaats van reageert op klachten. Klachtenprocedures moeten cliëntvriendelijker en effectiever worden, met echte consequenties voor falende instanties. Zonder dat blijven kinderen slachtoffer van een systeem dat goede bedoelingen misbruikt als dekmantel voor machtsuitoefening.

Het Vlaardingse pleegmeisje moet een wake-upcall zijn, geen voetnoot in een falend stelsel. Het is tijd om de maffiose trekjes in de jeugdbescherming te ontmantelen en een systeem te bouwen dat écht beschermt. Want elke dag uitstel betekent meer kinderen in de hel – geplaveid met intenties die allang geen excuus meer zijn.

De auteur is vader, ervaringsdeskundige en procesexpert. Hij werkte mee aan de werkgroep onder leiding van prinses Laurentien van Oranje, onder auspiciën van de Number 5 Foundation in Den Haag, die onderzoek deed naar structurele misstanden binnen de jeugdzorg en jeugdbescherming.

Adres

Utrecht

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Jeugdzorgwaanzin.nl nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen