20/08/2026
En een gedicht van een andere Vlaamse schrijfster, Anna Bijns, maar geschreven in de 16e eeuw!
Ze geeft een wijze raad aan
"maagden en weduwen, onthou deze leer.
Laat niemand toch tot een huwelijk zich spoeden, ...
't Is zelden volmaakt met een Piet of een Jan,
dus géén band is het best, je bent vrij zonder man."
DAGGEDICHT - Anna Bijns (1493-1575) - Je kunt best een vrouw zijn, maar beter een heer - Het is goet vrouwe syn, veel beter heere
Hertaling Willem Wilmink:
Je kunt best een vrouw zijn, maar beter een heer,
maagden en weduwen, onthou deze leer.
Laat niemand toch tot een huwelijk zich spoeden,
ze zeggen: geen man, dan heb je geen eer,
maar kun je je redden, laat dan nog geen veer,
en blijf nog maar wat uit de buurt van zijn roede.
Dit is mijn raad, vrouwen: blijf op je hoede,
want het is meer dan een simpel vermoeden,
of ze laag van komaf is, of edel van bloede,
hou me ten goede, ze krijgt aan haar been
een stevige ketting. Maar blijf je alleen,
en als je je reinheid bewaren kan,
ben je heer én vrouw, en beter leeft geen.
Niet dat ik het huwelijk veracht, daar niet van,
maar géén band is het best, je bent vrij zonder man.
[…]
Meneer komt naar huis, is een tikkeltje zat,
en de vrouw heeft gewerkt en is afgemat
van al dat geredder tussen vier muren.
Ze wil eens wat praten van dit en van dat,
maar meneer, hij schopt haar onder haar g*t,
dat jenevervat zal het haar doen bezuren.
Een scheldkannonade die tijden kan duren,
dat zijn me toch kuren, ja, vrouwen, dat smaakt.
Soms heeft hij erotische avonturen,
ook dan wordt het thuis heel gezellig gemaakt.
Gij meisje, gij vrouw, die naar 't huwelijk haakt,
straks word je precies zo'n liefelijk span
en dan had je dat alles maar beter verzaakt.
't Is zelden volmaakt met een Piet of een Jan,
dus géén band is het best, je bent vrij zonder man.
****
Oorspronkelijke gedicht:
Het is goet vrouwe syn, veel beter heere;
ghy maechden, ghy wyfkens, onthout dees leere.
Niemant hem te seere om houwen en spoeye;
Men seyt: daer gheen man en is, daeren is geen eere;
maer die gecrygen can cost & cleere,
niet haest haer en keere onder eens mans roeye.
Dits mynen raet, want soo ic vermoeye,
dagelycx vernoeye , men siet dat gemeene.
Al is een vrouwe noch soo ryck van goeye,
sy crycht haest een boeye aen haer beene,
ist dat sy trout; maer blyft sy alleene,
& sy haer reene & suyver gehouwen can,
sy is heere & vrouwe: beter leven geene.
Ic en acht niet cleene thouwelyck; nochtan:
ongebonden best, weldich wyff sonder man
[…]
Oock comt den man somtyts thuys droncken & sat,
als dwyff haer gewrocht heeft moede & mat;
want men moet al wat doen, salmen thuys bestieren.
En wilt sy dan ooc eens rueren haer blat,
sy wert geslagen dan met vuysten plat;
dat droncken vol vat moetse obedieren;
dan doet hy niet dan kyven en tieren;
dat syn de manieren : wee haer die dat smaeckt!
loopt hy dan elders by Venus camenieren,
peyst wat blyder chieren datmen thuys dan maeckt!
Ghy maechden, ghy vroukens, aen ander u spaeckt,
eer ghy oock geraeckt in sulcken gespan.
Al waert dat ghy my oock contrarie spraeckt,
my en roeckt wiet laeckt , ick blyver noch an:
ongebonden best, weldich wyff sonder man.
Uit: Willem Wilmink ‘Verzamelde liedjes en gedichten’ (Prometheus) en uit: Nieuwe Refreinen XVI, strofe 1 en 3 (bron DBNL) – Beeld: Lucas van Leyden ‘De verloofden’ , ca. 1527)